Corja (dr.C) Menken Bekius

In dit artikel speurt de auteur naar wat mogelijk opening biedt aan de praxis van God bij het houden van een wake. Nauwkeurig beschrijft zij het ritueel van de wake die elke eerste zondag van de maand wordt gehouden bij het Detentiecentrum Kamp van Zeist, vlakbij de afslag Soesterberg van de A28. Zij neemt waar, geeft weer welke woorden klinken, wat wordt gezongen, gebeden en gedaan. Waarom deze wake? Wat biedt dit ritueel en in welk perspectief kan het worden gezien? Waar wordt op gehoopt?
Het is zondag 6 maart 2011 tegen16,30 uur. Een groep mensen verzamelen zich bij de oprit naar het Detentiecentrum Kamp van Zeist om daar een wake te houden. Velen hebben bloemen bij zich, sommigen een fakkel of lantaarn. Blaadjes worden rondgedeeld. Stipt om half vijf zet de groep zich in beweging en loopt in een lange rij naar de ingang, bij herhaling zingend:

Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft……

Daar aangekomen wordt een kring gevormd. De bloemen worden in het midden gelegd. Iemand geeft een bewaker, die uit zijn hokje is gekomen, ook een blaadje. Kan hij meelezen. Een man in een rood SP-jack houdt een megafoon vast en reikt de speaker aan de eerste voorganger. Er zijn er altijd  twee, een liturg en iemand die een ‘situatie nu’ inbrengt en overweegt. De liturg opent:
Vandaag is het thema: Verscheurd.
Er loopt een scheur door onze samenleving. Aan de ene kant van het hek, de muur, het prikkeldraad – zij, de gevangen vreemden. Aan de andere kant, in vrijheid – wij.
Vanwege de mensen achter dit hek, die gevangen zijn gezet terwijl zij niets strafbaars deden, daarom waken wij. Om hen te laten weten dat wij hen niet vergeten, daarom waken wij.

De eerste twee verzen van “Ik sta voor U in leegte en gemis”  worden gezongen. De woorden schuren langs het prikkeldraad:
Mijn dagen zijn door twijfel overmand, ik ben gevangen in mijn onvermogen. Hebt Gij mijn naam geschreven in uw hand, zult Gij mij bergen in uw mededogen? Mag ik nog levend wonen in uw land, mag ik U eenmaal
zien met nieuwe ogen?

Na stilte volgt een bericht over een ‘situatie nu:
‘Onlangs is bekend geworden dat Nezam Azimi is vermoord. Deze zestigjarige Afghaanse vluchteling, die als bestrijder van de taliban in Nederland politiek asiel aanvroeg, wachtte vijf jaar lang op de uitkomst. Hij kreeg geen verblijfsvergunning. In 2006 werd hij onherroepelijk uitgewezen, terug naar zijn land van herkomst. In 2010 werd hij in Kaboel door de taliban gevonden, gemarteld en gedood.’

Stilte

De overweging gaat over hoe angst mensen in een ijzeren greep kan houden. Er is zeer veel angst en onzekerheid bij de mensen in het detentiecentrum. Hoe lang moeten ze hier zitten? Hoe ziet hun toekomst eruit? Zullen ze ooit een plek vinden waar ze kunnen leven?
Maar ook aan deze kant van de muur, bij ons, is er angst. Het vreemde en het beschamende roept angst op. Laten we onze eigen angst en onmacht onder ogen zien.

Stilte

De liturg bidt een gebed dat deze morgen binnen de gevangenisvieringen is gebeden:

  Gebed voor de eerste dagen in de gevangenis
Lieve God,ze brachten me hier, in de gevangenis,
Voor de eerste keer in mijn leven ben ik in zo’n plaats.
God het maakt me vreselijk bang; hoe kan ik hier leven?
Ik ben opgesloten, achter deuren,ik kan nergens heen.

Lieve God, ik denk aan Jozef, Paulus, Petrus.
Zij waren ook in de gevangenis en ik bedenk hoe U daar was
om ze te sterken,
Omdat U een God bent die ons nooit alleen laat……

Voorbeden volgen. Elke bede wordt besloten met het zingen van het refrein: “  Wek uw kracht en kom ons bevrijden.” En ter afsluiting: Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft, dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede………
Daarna steken de deelnemers bloemen in het hek en lopen naar de achterzijde van het cellencomplex. Ook daar worden bloemen in het hek gestoken. Het  zwaaien naar de gedetineerden wordt beantwoord met gebons tegen het raam, lichtsignalen en armgebaren.
 We zingen: We shall overcome…..All men shall be free….We are not afraid…
Wishful singing noem je dat

Ingezonden door: Jenny/Bert Weick.