Terwijl het kerkelijk bedrijf op volle toeren draait en het in de kerk gonst van de activiteiten, is het bij ons op de moestuin een aflopende zaak. Een dooie boel zo gezegd.

Is dat erg? Nee, dat hoort zo.

De moestuiniers strekken hun gekromde ruggen weer, na de laatste boerenkool, prei en ui afgeleverd te hebben. Zij kunnen zich een paar maanden op andere dingen richten, binnen of buiten de kerk.

Intussen gaat het werk ondergronds gewoon door. Daar hebben wij een flink legertje wormen voor. Nuttige beestjes. Van een  andere categorie zijn de rupsjes, die zich met man en macht te goed hebben gedaan aan onze fris groene paksoi.

Ik durf toch wel het woord “ongedierte” in de mond te nemen, hoewel ze in de tuinboeken eufemistisch “plaagdiertjes“ genoemd worden. De halve oogst paksoi opgevreten! Niet goed genoeg meer voor de Voedselbank, natuurlijk. Alleen nog te eten door mensen die de oorlog hebben meegemaakt.

Lekker in een stamppotje, maar dan wel zonder groene beestjes. Zonder een traan te laten zag ik een paar exemplaren door de gootsteen verdwijnen. Ja, je wordt keihard in het moestuingebeuren.

Heeft de tuin nu zijn nut bewezen? Wij denken van wel.

Hoewel, nu alles naar het verdeelcentrum in Harderwijk gaat , waar de pakketten voor 175 gezinnen worden klaargemaakt, lijkt onze bijdrage niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Nou vooruit: twee druppels dan.

Als je 2300 aardappelen en 420 kroppen andijvie aan de grond ontfutseld hebt, plus emmers vol boontjes, snijbonen, bieten , wortelen , dan is dat toch niet niks!

Nog maar een maand geleden stond de tuin nog bijna vol. Als ik me dan langs de uit de kluiten gewassen courgetteplant wurmde, schoot me vaak de laatste regel van een bekend lied te binnen: “Een rijke oogst van voorspoed zag….”

Want zo was het wel: alles groeide als een tierelier! Geen wonder ook met mest van gereformeerde koeien! Daar kan geen kunstmest tegenop!.

Dat er af en toe een krop sla doorschoot , de radijzen vergeten werden na de eerste oogst en dat de “Blauwschokkers”als snijboon niet bij ieder favoriet waren, mag de pret niet drukken.

Hoofdzaak is dat wij ons bescheiden steentje bijdragen in de voedselvoorziening voor mensen die anders te kort komen.

Volgend jaar weer in een aangepaste versie. Met uw welnemen.

En nu?  Het perspectief is MEST, MIST en MELANCHOLIE. Tja…… winter, hè?

 

Voor ik me terugtrek voor m`n winterslaap wil ik iedereen bedanken die tegels, hout, paaltjes, gaas, stekjes of plantjes heeft geleverd om van een stukje grond een echte moestuin te maken.

Bovenal wil ik “De Stijve Harken” dankzeggen voor hun flexibele inzet. En ook onze” grondlegger”, die dankzij een uitgekiend zaai- en plantschema ons aan deze overvloed geholpen heeft.

 

Mayella Geskus