Gereformeerde Kerk Putten

Een open, gastvrije en veelkleurige geloofsgemeenschap, met de Bijbel als bron en norm voor geloof en leven

Het proces van secularisatie en hoe u daar mee omgaat

DEEL 1 – De cultuur waarin we leven en ademen

Ons huidige culturele klimaat van West-Europa is ergens in de 18e eeuw begonnen. Om dat te illustreren, neem ik u mee naar het Friese Franeker. Daar staat het planetarium van Eise Eisinga, (voltooid in 1781). Dit planetarium is een werkend schaalmodel van ons zonnestelsel en geeft aan waar zon, maan en planeten zich aan de hemel bevinden en waar ze zich ten opzichte van elkaar in de ruimte bevinden.

Eisinga had een bijzondere reden voor de bouw van zijn planetarium. Het had te maken met een bijzonder hemelverschijnsel. Op zondag 8 mei 1774 stond de maan met vier planeten voor het oog heel dicht bij elkaar aan de hemel. Voor sterrenkundigen was dit een ‘gewoon’ natuurgebeuren. Ze hadden dat op basis van formules al eerder berekend en aangekondigd.

Er ontstond echter onrust over dit verschijnsel toen in de Leeuwarder Courant van 9 april 1774 een boekje werd besproken dat geschreven was door Eelco Alta, predikant in het Friese Bozum. Dominee Alta voorspelde dat de wereld zou vergaan ten gevolge van deze bijzondere samenstand van de maan met vier planeten. Deze voorspelling veroorzaakte prompt een enorme consternatie, vooral op het platteland. Gedeputeerde Staten van Friesland zagen zich hierdoor zelfs genoodzaakt alle exemplaren van het boekje van dominee Alta in beslag te laten nemen. Hierbij het slot van het betreffende boekje:

 

Het is zeer waarschijnlijk dat de samenstand van de maan en vier planeten een grote verandering in de planeetbewegingen zal veroorzaken. (…)

Ik acht het zeer waarschijnlijk, dat ze alle vijf buiten hun normale baan zullen komen en dat de zon door zijn aantrekkingskracht de planeten steeds meer naar zich toe zal trekken.

De natuurkundige en sterrenkundige gevolgen die deze samenstand te weeg kan brengen, zouden wel eens zo ver kunnen gaan, dat men die gevolgen met recht Goddelijk zou mogen noemen. En de gevolgen zullen ook van dien aard en natuur zijn, zoals de Heilige Schrift die voorspelt als gebeurtenissen die in het laatste der Dagen plaats zullen hebben.

 

Dominee Alta ziet in de samenstand van maan en planeten een teken Gods, een teken dat er op zou wijzen dat het laatste der dagen zou zijn aangebroken en dat Gods oordeel nabij is.

Eise Eisinga was er echter van overtuigd dat de aarde niet zou vergaan. De hemelverschijnselen aan de ene kant en Gods oordeel aan de andere kant hebben volgens hem niets met elkaar te maken. Hij betreurde het dan ook dat mensen zich in de war lieten maken doordat ze geen begrip hadden van de loop en de stand van de planeten.

 

Zo kwam hij op de gedachte om een planetarium te bouwen, een schaalmodel van het zonnestelsel waarmee hij aanschouwelijk onderwijs kon geven aan zijn tijdgenoten. Het schaalmodel zou hen beter inzicht geven in de loop van de hemellichamen waardoor ze zich niet in de war hoefden te laten maken door een angstprediker.

Eisinga wilde de mensen gerust stellen. Maar hoe werkte deze goede bedoeling van Eisinga nu uit? Want dat schaalmodel van Eisinga maakt duidelijk dat het zonnestelsel te vergelijken is met een uurwerk, een uurwerk dat verloopt volgens vaste natuurkundige wetten, een uurwerk waarbij tandwielen en katrollen werken volgens de wet van oorzaak en gevolg. Maar als dat zo is, wat is dan de plek van God in dat uurwerk van het zonnestelsel?

 

Het was precies die vraag die een tijdgenoot en collega sterrenkundige van Eisinga kreeg voorgelegd. Die tijdgenoot was de Franse natuurkundige Piere-Simon Laplace (1749-1827). Laplace had, net als Eisinga, een werkend schaalmodel gemaakt van het zonnestelsel. Op een dag wilde de Franse vorst, Napoleon Bonaparte, dat model wel eens met eigen ogen bekijken. Na uitleg van het schaalmodel, stelde Napoleon de wetenschapper de volgende vraag: ‘Meneer Laplace, in uw uitleg hoor ik u nergens spreken over de Schepper. Hoe zit dat?’

Laplace gaf toen het volgende antwoord aan Napoleon: ‘Sire, God als hypothese heb ik niet nodig’. Laplace zei als het ware: ‘Sire, om de kosmos te begrijpen en te verklaren heb ik God als vooronderstelling, als uitgangspunt niet nodig’.

 

Dit antwoord van Laplace geeft uitdrukking aan een gigantische aardverschuiving in het denken in West Europa in de 18e eeuw. En die aardverschuiving is zo gigantisch dat we zeggen dat daar een nieuwe fase in de Europese geschiedenis is aangebroken. En die nieuwe fase noemen we de Verlichting.

 

In het denken van de Verlichting is God niet (meer) de realiteit die zich bemoeit met onze geschiedenis maar God is een hypothese, een vooronderstelling, een uitgangspunt. En dan ook nog een hypothese die je kunt missen.

Het denken van de Verlichting zegt: de wereld en haar ontstaan, de wereld en haar reilen en zeilen kunnen we redelijk (rationeel) verklaren aan de hand van natuurwetten, die kunnen we redelijk verklaren aan de hand van wetten en formules van Isaac Newton en Pierre Simon Laplace, inzichten van Charles Darwin, Albert Einstein en Stephen Hawking.

 

Tot de 18e eeuw was God vanzelfsprekend – in alle betekenissen van die uitdrukking – van-zelf-sprekend. Sinds de 18e eeuw leeft Europa in een ‘onttoverde’ wereld, een ‘ontzielde’ wereld, een wereld waar God een hypothese is, een hypothese die je niet nodig hebt. En dat proces van ‘onttovering’ noemen we secularisatie. En daar bedoelen we mee:

  • de afname van individuele gelovige praktijken zoals bidden en Bijbellezen;
  • de terugloop van betrokkenheid bij een geloofsgemeenschap;
  • het verdwijnen van God en geloven uit de publieke ruimte;
  • de afname van het besef van Gods presentie in het hier en nu.

 

En in die seculiere cultuur houdt de gemeente van Jezus Christus aan de Achterstraat vol dat we God niet zien als een hypothese maar dat deze wereld vervuld is van Gods presentie en Gods spreken. En dat er voor ons alle reden is om dat keer op keer zingend en dansend te belijden: Ik danste die morgen toen de schepping begon, ik danste de dans van de sterren, maan en zon.

 

DEEL 2 – Wat doet deze cultuur met het geloof en geloofsleven in en van onze gemeente?

Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder zit in een proces van voortgaande secularisatie – een proces dat in de 18e eeuw langzaam begon en sinds WO 2 in een razend tempo voortschrijdt. Dit tweede deel gaat in op de vraag op welke wijze de huidige culturele situatie en de secularisatie ons geloofsleven raakt en ons gemeenteleven beïnvloed.

De woorden van Laplace dat hij God niet nodig heeft als hypothese die woorden zijn namelijk niet alleen te horen in wetenschap en filosofie maar ze klinken steeds luider en op steeds meer gebieden. Wanneer bijvoorbeeld op de TV God ter sprake komt in talk-shows dan is dat hooguit als achterhaald verschijnsel.

Zo kon de altijd vriendelijke en correcte Mathijs van Nieuwkerk enige tijd geleden zijn verbazing en onbegrip niet verbergen toen hij Beatrice de Graaf de vraag stelde: ‘Maar Beatrice, jij bent wetenschapper. Hoe kun je dan in God geloven?’

En dat is dan nog de vriendelijke bejegening. Jeroen Pauw en Twan Huys slaan aanzienlijk scherpere en cynischer tonen aan wanneer het in hun talkshows gaat over God en geloven.

 

Zowel die vriendelijke als die cynische stemmen komen avond aan avond de huiskamer binnen en die hebben allemaal dezelfde boodschap: geloven is onbegrijpelijk, als je nadenkt, dan geloof je niet (meer), God is een hypothese die niet van belang is. Een paar illustraties:

  • De welbespraakte Robert Dijkgraaf heeft God niet nodig  wanneer hij de grote wereld van de kosmos en de microwereld uitlegt in University College van De Wereld Draait Door.
  • Het informatieve commentaar van sir David Attenborough bij prachtige natuurseries, heeft de Schepper niet nodig.
  • Je kunt avonden achtereen series bekijken op Netflix zonder iets over God tegen te komen.
  • Wanneer jongeren Wikipedia raadplegen voor werkstukken voor school of opleiding, dan kom je daar geen verwijzingen tegen naar God en geloven.
  • In het onderwijs op alle niveaus, van lager-, middelbaar en hoger onderwijs tot en met het universitaire onderwijs – een enkele opleiding in Nederland uitgezonderd - speelt God geen rol.

 

Dat betekent dat het denkklimaat van de Verlichting op allerlei manieren en in alle heftigheid ons leven binnenkomt, onze huiskamers, onze TV en computerscherm. De secularisatie is niet alleen iets van de wereld daarbuiten, van het Westen des land of van de grote steden.

Precies om die reden werd het lied van John Lennon in 1971 een hit en precies daarom blijft het zo hoog in de top 2000 staan: het vertolkte een bewust en onbewust levensgevoel: Imagine there is no heaven, it’s easy when you try. No hell below us and above us only sky. Je voorstellen dat er geen hemel is – dat is in onze cultuur eigenlijk heel makkelijk.

 

Ook in onze gemeente zijn er jongeren én ouderen  bij wie dat levensgevoel en besef resoneren en die zich daarom soms afvragen: Hebben wij de hypothese God nog wel nodig? We kunnen toch ook leven zonder God?

Soms wordt die vraag hardop en ronduit gesteld op andere momenten zit die vraag verpakt in twijfels en onzekerheden. Die vragen horen wij als beide predikanten in alle lagen van de gemeente, in gesprekken die we hebben met ouderen en jongeren. En natuurlijk horen we ook hele authentieke verhalen van geloofsvertrouwen, bijzondere verhalen van ervaringen van Gods presentie. Daarnaast is echter ook groeiend ongemak te vernemen wanneer we het hebben over God en geloven.

De vraag die ik in een dienst aan het begin van het seizoen noemde  ‘Bid je nog wel eens?’ die vraag levert vergelijkbaar ongemak op. Van meerderen kanten hoorde ik als eerlijk antwoord: ‘Bij ons blijft het bidden inmiddels beperkt tot een moment stilte voor de maaltijd. Maar persoonlijk bidden, daar komt het niet meer van’.

 

Dat betekent dat het besef van God presentie bezig is te verkruimelen. En dat proces laat zich niet alleen onder jongeren gelden ook de oudere generatie is kwetsbaar voor dat verkruimelen.

 

We zijn een gemeente die open staat voor wat de hedendaagse cultuur heeft te bieden – met alles wat daar bij hoort. U en jullie zwerven over de hele wereld – jullie zwerven letterlijk over de wereld door werk, door studie, door vrienden en familie door vakantie. Jullie zwerven virtueel over de hele wereld via Internet en TV.

Onze geloofsgemeenschap aan de Achterstraat  is in alle opzichten een kind van deze moderne tijd, en staat daarom bloot aan de volle wind van de secularisatie. En de secularisatie heeft in onze gemeente meer veroorzaakt dan waar menigeen zich bewust van is.

We horen van ouders en grootouders die sprakeloos toezien dat het geloofsvertrouwen hun kinderen en kleinkinderen niet (meer) aanspreekt.

En ondertussen constateren die ouders en grootouders - soms met schrik - dat de vragen en twijfels van kinderen en kleinkinderen in hun eigen hart resoneren.

 

In dat klimaat zijn we geloofsgemeenschap, in dat klimaat willen we met vallen en opstaan volgeling van Jezus Christus zijn. En dat betekent dat we voor de taak staan om antwoorden te geven op de uitdagingen en de kansen waar de moderne en geseculariseerde cultuur van de 21e eeuw ons voor stelt.

En die cultuur daagt ons uit om op een verstaanbare en eigentijdse manier concreet antwoord te geven op de vraag wie of wat we bedoelen wanneer we het hebben over God en over de navolging van Jezus Christus.

Onze cultuur nodigt uit tot die zoektocht. En hier in deze gemeente zijn we op allerlei manieren bezig met die zoektocht. We beginnen daar niet pas vandaag mee daar zijn we al een tijd mee onderweg.  En er zijn ook genoeg redenen om die zoektocht te vervolgen met hoop en goede moed.

We mogen ons gelukkig prijzen dat er ook in onze gemeente steeds weer mensen zijn, ook jonge mensen, die het verhaal van God levend (willen) houden. Mensen die de zoektocht naar nieuwe antwoorden op gang willen houden.

Er zijn mensen die een taak in de gemeente op zich willen nemen, mensen die achter de schermen veel werk verzetten, mensen die de geloofsgemeenschap dragen.

 

Dat allemaal is een wonder. Een groot wonder! Een wonder om in dankbaarheid waar te nemen, dat is werk van Gods Geest!!

 

Het is van belang om nuchter te kijken naar wat de secularisatie heeft aangericht maar het is eveneens van belang om te beseffen dat we vergeleken met veel kerken veel hebben om dankbaar te zijn.

We hebben veel om hoop te koesteren en om in vertrouwen onze zoektocht te vervolgen.

Want behalve dat wij op zoek zijn naar God, leven we van het vertrouwen dat God op zoek is naar ons mensen.

 

DEEL 3 – En nu verder …

God als hypothese, en dan ook nog een hypothese die je niet nodig hebt. Dat is het huidige dominante denkklimaat in de Westerse wereld geworden.

 

We zijn een gemeente die volop ademt in deze hedendaagse cultuur en we staan voor de uitdaging om hedendaagse antwoorden te zoeken op de hedendaagse vragen. Concreet betekent dit dat we als geloofsgemeenschap van de Achterstraat voor de uitdaging staan om antwoord te geven op de even eenvoudige als lastige vraag: Wat bedoelen we wanneer we zeggen dat we in God geloven?

Ons antwoord op die vraag zal meer moeten zijn dan een pakket opvattingen over God. Het zal ook meer moeten zijn dan standpunten over God verdedigen.

 

Het antwoord zal moeten komen, op een manier zoals de apostel Petrus aangeeft: op een verstaanbare manier verantwoording afleggen van de hoop die in ons is (1 Petrus 3:15)

en dat in de praktijk van alle dag. Onze antwoorden zullen als het ware iets moeten hebben van een getuigenis: vertellen en aangeven waar en hoe we God  concreet ervaren in de praktijk van alledag.

Dan hebben we het over een spiritualiteit van het dagelijks leven.

Ruim een jaar geleden kreeg ik een boek in handen met als titel: Liturgy of the ordinary, Liturgie van het gewone leven. De schrijfster is Tish Warren, een jonge Amerikaanse predikante. Het boek is inmiddels ook in het Nederlands vertaald en heet Liturgie van het alledaagse.

In dat boek vertelt de schrijfster dat ze zich op een gegeven moment bewust werd van een reeks gegroeide gewoonten van haar zelf. Het eerste wat ze ’s morgens deed was op haar mobiele telefoon kijken. En het laatste wat ze deed aan het einde van de dag, voor ze ging slapen was: op haar mobiel kijken.

Herkenbaar?

 

Wat me raakte was wat de auteur daarover schrijft, en wel dit: ‘Ik heb nooit een geloofsbelijdenis in deze trant uitgesproken: ‘Ik geloof in de almachtige technologie en in zijn zoon Steve Jobs, de schepper van Apple en IPhone’.

Maar’, zo voegt ze daar wel eerlijk aan toe, ‘gaandeweg had ik wel een patroon in mijn leven ontwikkeld waar de woorden van precies die belijdenis feitelijk de invulling van mijn leven bepaalden’.

Het eerste wat ze ’s morgens deed  was niet haar man en kinderen een kus geven niet kijken of het buiten regent of dat de zon schijnt. Ze keek eerst op haar telefoon. En zonder dat ze er erg in had, ontwikkelde zich na dat begin van de dag de gewoonte  om elk vrij moment even op haar telefoon te kijken – tot de laatste handeling van die dag. Toen ze zich daar van bewust werd, ontdekte ze dat feitelijk het product van Steve Jobs de inrichting en gewoonten van haar leven bepaalde. God was, zeg maar, niet alleen verdwenen uit Jorwerd, maar feitelijk ook uit de dagelijkse routine van deze predikante.

Toen dat bewustzijn tot haar doordrong, begon ze ’s morgens een andere gewoonte te ontwikkelen. De mobiele telefoon deed ze niet weg. Want dat is wel gewoon een nuttig apparaat. Maar ze ontwikkelde wel, wat zij noemt, een nieuwe liturgie van haar leven, een andere orde van leven, een andere levensstijl die haar dichter bracht bij de belijdenis ‘Ik geloof in God de Vader en in Jezus Christus, zijn zoon’.

 

En die nieuwe liturgie begon meteen na het opstaan. Ze wilde de dag beginnen op een manier die haar kon helpen bewust te leven in elk moment van de dag. Nu zijn er vele manieren om de dag bewust te beginnen.

De een begint met een moment van bewuste stilte of een moment van een kort gebed.

Een ander begint de dag om kort te knielen en daarna letterlijk en lijfelijk op te staan in een nieuwe dag als geschenk.

Nog weer een ander begint met een kus aan een geliefde.

En weer een ander begint met een frisse douche.

 

Maar in al die mogelijkheden gaat het om een begin van de dag die je de rest van de dag ontvankelijk kan maken voor wat Tish Warren noemt  ‘de kleine heilige momenten’,  een begin dat als het ware je antennes open zet voor momenten waarop je Gods aanwezigheid gewaar kunt worden –  al is het soms, al is het even.

Tish Warren vertelt dat zo’n bewust moment aan het begin van de dag nooit spiritueel vuurwerk oplevert. Ze heeft vrijwel nooit bijzondere emotionele belevingen of grote theologische inzichten.  Maar dat zogenaamde gewone moment aan het begin van de dag maakt wel ruimte in haar hoofd en hart om opmerkzaam te zijn op momenten  waar ze iets uit de wereld van God kan ontmoeten, gewaar worden.

En wanneer je in openheid aan de dag begint, dan kan het verder die dag zomaar gebeuren dat je in kleine momenten iets als geschenk van God gaat herkennen of benoemen, zodat die kleine momenten heilige momenten worden.

 

Dan kan de email die je krijgt een dimensie er bij krijgen. Hetzelfde geldt voor een email die je zelf schrijft.

Dan kan tijdens een ontmoeting in de supermarkt of een gesprek bij de koffieautomaat ineens iets doorklinken van de hemel.

Je kunt een open oog krijgen voor een knipoog uit de hemel die meekomt met een bemoediging van een collega tijdens een lastige klus of een schouderklop tijdens een sporttraining.

 

Kleine heilige momenten als glimlach uit de hemel. De kalme gang en de kleine taak blijken dan ruim genoeg te zijn voor de zaak van God. Om zo in de concreetheid van het leven te ontdekken dat God geen hypothese is maar een levende realiteit die zomaar in de alledaagsheid kan oppoppen.

 

En dan is duidelijk dat die ontdekkingen en die ervaringen niet alleen iets is voor de jongeren. Dit gaat oud en jong aan. En dat is precies wat de voorbereidende groep voor het jongerenbeleid in de afgelopen periode regelmatig onderling heeft gezegd: de dingen waar we het over hebben gaan de hele gemeente aan. Wanneer we zoeken naar nieuwe wegen voor onze jeugd en de jongeren dan zoeken we in feite naar nieuwe wegen voor onze hele gemeente.

Als doel van het uit te zetten beleid werd dan ook geformuleerd: jongeren en ouderen de kans geven om Gods aanwezigheid op het spoor te komen, elkaar aanmoedigen om concrete ervaringen op te doen wat het betekent om Christus na te volgen in de praktijk van elke dag.

Om dat doel te bereiken gebruikt de voorbereidende commissie  onder andere de metafoor van bruggen bouwen –

bruggen tussen de generaties,

bruggen tussen geloofsopvoeding thuis en in de kerk.

bruggen tussen geloof en dagelijks leven,

bruggen tussen jongeren onderling.

Dat zullen deels nieuwe bruggen zijn en daarnaast de bruggen die er al zijn optimaal benutten.

We staan keer op keer voor de uitdaging elkaar duidelijk te maken dat God voor ons geen hypothese is (die je kunt missen) maar een levende presentie in ons bestaan, de essentiële kern van ons leven.

De kern die ons leven verrijkt,

de kern die ons leven zin en betekenis geeft,

de kern die licht is in onze ogen en een lamp voor onze voet,

de kern die de hand is op ons hoofd en de arm om onze schouder,

de kern die ons baken is bij ontij en de verte die uitnodigend wenkt,

de kern die een stem is die ons uitdaagt om waarlijk en volop mens te zijn,

de kern die woord is dat ons elke dag voorgaat.

 

Die kern is ons gegeven in Jezus Christus, onze Heer. En van Hem zegt Paulus, tot slot, het volgende (Efeze 3:14-21):

‘Om deze reden buig ik mijn knieën voor God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die de vader is van elke gemeenschap in de hemel en op aarde. Moge Hij jullie in de rijkdom van zijn heerlijkheid de kracht geven, zodat jullie innerlijk door zijn Geest worden gesterkt, zodat Christus door het geloof woont in jullie harten, en jullie in de liefde geworteld en gegrondvest blijven. 

Dat jullie in staat mogen zijn om samen met alle heiligen te vatten wat de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte is, en dat jullie in staat zijn de liefde te kennen van Christus, die alle kennis te boven gaat; dat jullie geheel vervuld worden van de volheid van God.

Aan Hem die bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij door de kracht die in ons werkt kunnen vragen of bedenken, aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, iedere generatie weer, van eeuwigheid tot eeuwigheid!’

Amen.