Gereformeerde Kerk Putten

Een open, gastvrije en veelkleurige geloofsgemeenschap, met de Bijbel als bron en norm voor geloof en leven

De nieuwe Kerkorde

De vorige keer zagen we dat het verband tussen de roeping van de gemeente en haar (pastorale, diaconale en missionaire) taken bestaat uit leren en opzicht. Nu gaat heter in artikel 13 over wat voorwaardenscheppend is om als gemeente te kunnen bestaan.

deel 8 De zorg voor de vermogensrechterlijke aangelegenheden

De gemeente heeft niet alleen een roeping, maar ook (vaak) een gebouw. Er is een plek waar het Woord gehoord kan worden en die ruimte is eigendom van de plaatselijke gemeente. Dat vraagt ook om een zorgvuldig beheer. Daarover gaat artikel 13 van de Kerkorde.
In artikel 13.1 staat: "De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente berust bij de kerkenraad, die de verzorging van deze zaken toevertrouwt aan het college van diakenen, voor zover het betreft de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de diaconale aard en de daartoe in het bijzonder aangewezen ouderlingen die - desgewenst aangevuld met andere leden van de gemeente - tezamen het college van kerkrentmeesters vormen, voor zover het betreft de andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente."
Een paar opmerkingen.
Opvallend is dat het college van diakenen als eerste genoemd wordt. Dat herinnert ons eraan dat het geld in de kerk niet allereerst ons geld is, maar het geld voor de armen.
In de tweede plaats valt op dat het beheer van de goederen primair aan ambtsdragers wordt toevertrouwd. Voor de diakonale gelden zijn dat de diakenen, en voor de overige gelden zijn het de ouderling-kerkrentmeesters - "desgewenst aangevuld met andere leden van de gemeente". De zorg voor de stoffelijke aangelegenheden staat niet los van de zorg voor het geestelijk leven van de gemeente. Al kunnen de ouderling-kerkrentmeesters vrijgesteld worden van "het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping en de herderlijke zorg" (Ordinantie 11), zij zijn als ouderling wel degelijk betrokken bij het gehele werk van de kerkenraad. De Kerkorde wil voorkomen dat de zaken die nodig zijn voor het leven van de gemeente, vervolgens om praktische (financiële) gronden worden afgewezen. Daarom staat er in de Kerkorde dat de zorg voor de vermogensrechterlijke aangelegenheden berust bij de kerkenraad. Tevens wil de Kerkorde echter voorkomen dat plannen zonder deugdelijke financiële onderbouwing doorgedrukt worden. Daarom is er vastgelegd dat de kerkenraad niet zonder overleg met het college van kerkrentmeesters de begroting kan wijzigen.
In die zin moet ook het toezien uit artikel 13.5 verstaan worden: "Op de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden wordt toegezien door de daartoe aangewezen organen van de kerk." Wie als gemeente onzorgvuldig met de financiële middelen omspringt, legt een zware hypotheek op de toekomstige generatie. Zij zullen de schulden immers moeten afbetalen. Wie echter als gemeente te angstig is in financiële aangelegenheden, blokkeert de weg naar de toekomst. Tussen de polen van ongefundeerd optimisme en verwachtingsvol vertrouwen beweegt zich artikel 13 van de Kerkorde.
ds. Evert van Leersum