Gereformeerde Kerk Putten

Een open, gastvrije en veelkleurige geloofsgemeenschap, met de Bijbel als bron en norm voor geloof en leven

De nieuwe kerkorde

De nieuwe kerkorde gaat uit van de wijkgemeente. Hoe belangrijk de (plaatselijke) gemeente is valt af te lezen aan artikel 4 en 5 waarin gesproken wordt over het ambt

deel 3 Het ambt van alle gelovigen en het openbare ambt van Woord en Sacrament

In art. 4.2 staat: "Alle leden van de gemeente zijn geroepen en gerechtigd hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente geeft." Die opdracht houdt onder andere in: de dienst van de gebeden de missionaire arbeid het diaconaat de herderlijke zorg (pastoraat) de geestelijke vorming (toerusting).
De hele breedte van het werk in de gemeente is daarmee toevetrouwd aan de leden van de gemeente zelf. Het is belangrijk dat dat hier vermeld staat. Want in de volgende artikel zal de Kerkorde gaan spreken over het openbare ambt van Woord en Sacrament; en over dit ambt zal uitgebreid gesproken worden, omdat er daar heel wat geordend moet worden. Maar het eerste is dat de leden van de gemeente zelf geroepen en gerechtigd zijn om hun gaven in te zetten tot opbouw van de gemeente.
Maar wat is dan dat openbare ambt van Woord en Sacrament, waar in artikel 5 van de kerkorde over gesproken wordt? De term komt uit de Evangelisch-Lutherse traditie waarin men van oudsher maar één ambt kent. Dat heeft de Kerkorde overgenomen, om dit vervolgens te onderscheiden in de ons vertrouwde drie ambten: het ambt van predikant, het ambt van ouderling en het ambt van diaken.
De ambtsdragers zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor dezelfde taken en opdrachten die in artikel 4 vermeld staan, plus nog twee, namelijk: het opzicht én het rentmeesterschap over de vermogensrechterlijke aangelegenheden.(Art 5.2)
De kerkenraad geeft dus leiding aan de opdracht, die aan leden van de gemeente is gegeven. En dat doet de kerkenraad door het beheer over de goederen en door het opzicht. Nu wordt het heikel. Wie het geld beheert en toe moet zien of alles goed en juist verloopt (het opzicht) heeft daarmee veel macht in handen gekregen. De kerkenraad kan de dienst gaan uitmaken.
Dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de Kerkorde en daaromstaat er in artikel 5.4: "De roeping van het ambt geschiedt van Christuswege, plaatselijk door de gemeente...".
Het ambt is weliswaar verbonden met Christus, maar de roeping tot ambtsdrager komt voort (geschiedt) vanuit de plaatselijke gemeente. De gedachte is tweeërlei: de ambtsdragers komen voort uit de gemeente en de gemeente is zelf heel wel in staat om ambtsdragers te beroepen (verkiezen).
Natuurlijk is machtsmisbruik niet door de letter van een kerkorde te voorkomen. Zoals ook onenigheid in een kerkenraad niet te voorkomen is door regels. Het zal om de goede g(G)eest moeten gaan. De Kerkorde kan slechts voorwaarden scheppen, dat een en ander goed verloopt. Zoals in artikel 6.5 "De kerkenraad neemt geen besluiten in aangelegenheden die voor het leven van de gemeente van wezenlijk belang zijn, zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben."
ds. Evert van Leersum