Gereformeerde Kerk Putten

Een open, gastvrije en veelkleurige geloofsgemeenschap, met de Bijbel als bron en norm voor geloof en leven

De nieuwe kerkorde

In deze reeks gaat het over de nieuwe Kerkorde die 1 mei 2004 van kracht zal zijn. Nadat in artikel 1 over de roeping van de kerk gesproken is, komt in artikel 3 de gemeente aan de orde.

deel 2 De plaatselijke gemeente

We slaan artikel 2 over omdat daar enkel gesteld wordt dat de Protestantse Kerk in Nederland de voortzetting is van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Overigens is het opvallend dat in de Kerkorde het getal blijkbaar voor de letter gaat: de kerken worden hier immers getalsmatig en niet alfabetisch geordend. Maar goed, artikel 3 dus. Over de gemeenten. Dat is de plaats waar de roeping van de kerk gestalte moet krijgen.
"Tot een gemeente - en daarmee tot de Protestantse Kerk in Nederland - behoren zij van wie in de inlijving in de gemeenschap van de Kerk is bekrachtigd door de heilige doop "(art 3.2) De plaatselijke gemeente is derhalve het eerste: als lid van een plaatselijke gemeente - en alleen zo - ben je ook lid van de PKN. Door de doop word je echter niet alleen lid van een gemeente, maar ook ingelijfd in de gemeenschap van de (wereldwijde) Kerk. De doop wordt immers in alle christelijke kerken bediend. De Kerkorde trekt hier twee lijnen door elkaar. En het is goed om daar bij stil te staan, omdat we dat nog vaker tegen zullen komen:
In de eerste plaats is er de bijbels-theologische lijn: door de doop wordt de dopeling ingelijfd in het lichaam van Christus, in de gemeenschap van de Kerk.
In de tweede plaats is er de organisatorische lijn: door de doop wordt een mens lid van een plaatselijke gemeente en daarmee (automatisch) lid van de Protestanse Kerk in Nederland. Het ligt voor de hand dat de Kerkorde met name op de tweede lijn verder zal gaan; daarvoor is het een kerkorde. Toch komen we in ditzelfde artikel nog een tweede theologische notie tegen. In artikel 3.4 lezen we:
"Gedachtig aan de trouw van de God van het verbond rekent de gemeente voorts tot haar gemeenschap de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden alsmede degene die blijk geven van verbondenheid met de gemeente"
De bijbels-theologische lijn is hier de gedachte van het verbond En blijkbaar moeten we dan niet alleen denken aan het verbond dat God sloot met Abraham en zijn kinderen, maar ook aan het Noachitische verbond dat God sloot met elke levende ziel. Het gaat immers niet alleen om de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden (geboorteleden), maar ook om gastleden.
Strikt gesproken sluiten artikel 3.2 en 3.4 elkaar uit: je bent lid van de gemeente (door de doop) of je bent geen lid. Maar we kunnen we er ook een beeld in zien van een open en gastvrije gemeente. De PKN gaat uit van de plaatselijke gemeente, en al wie zich betrokken weet bij deze plaatselijke gemeente, kan ook voluit tot die gemeenschap gerekend worden. Dat is niet iets wat van bovenaf opgelegd wordt, maar gestalte krijgt in het leven en werken van die plaatselijke (gastvrije) gemeente.
ds. Evert van Leersum