Weg

Ik fiets graag over de Husselsesteeg. Voor mij is het de mooiste route naar het dorp. Je fietst over een lommerrijke laan, je waant je buiten, terwijl het dorp binnen handbereik is. De weg is verhard tot je bij de grond van Van Ganswijk komt. Voor fietsers niet bezwaarlijk, want een verhard fietspad maakt een aangenaam vervolg mogelijk. Toch is de lol me vergaan. Vorig jaar is de afwatering beter geregeld, er is beschoeiing aangelegd en daarna is de onverharde weg enigszins gefatsoeneerd. De paaltjes die fietspad en weg scheidden, zijn verdwenen.

Wasbord

Die fatsoenering is een fiasco. Binnen een mum van tijd vertoonde het wegdek het beroemde wasbordeffect en bij vochtig weer vormen zich plassen en de weg wordt een ware uitdaging voor veldrijders. Automobilisten zoeken een weg met zoveel mogelijk grip en nemen het verharde fietspad mee. Het gevolg is dat weg en fietspad één modderbrij vormen. Als het een tijdje droog is, komt het fietspad weer tevoorschijn, maar iedereen prefereert het fietspad boven het reliëfrijke, onverharde gedeelte.

Contact

Laatst had ik een merkwaardige ontmoeting op dat fietspad: we (mijn vrouw en ik) fietsen achter elkaar over het fietspad. Een jongedame, wandelend met hond, aangelijnd aan de ene hand en smartphone in de andere hand, komt mij tegemoet. Zij loopt rechts, de hond dribbelt links en de hondenriem barricadeert het fietspad. Zij is druk, ze heeft me niet gezien. Ik bel. Ik bel nog een keer, en nog een keer. Mijn remmen knarsetanden als de fiets vlak voor dame, hond en lijn tot stilstand komt. Verstoord kijkt zij op. “U hoeft niet zo hard te bellen.” “Jawel,” zeg ik, “want u loopt te bellen en ik kan zo niet verder.” “ Toevallig loop ik niet te bellen, maar te what’s-appen, en u fiets op het looppad.” Ik schud het hoofd. “U loopt op het fietspad”. “Als u hier langer had gewoond dan ik, had u geweten dat dit een looppad is.” Met deinende heupen vervolgt ze haar weg. Waarschijnlijk was ze nog niet geboren toen ik al in Putten woonde.

Onbegrip

Ik realiseerde me dat hier in feite een generatiebotsing plaatsvond. Op grond van verschillende waarheden kwamen we elkaar op dezelfde en toch een verschillende weg tegen. Van een vlotte doorgang was geen sprake en beiden vervolgden we onze weg, verschillende kanten op. Gingen we ook een verschillende toekomst tegemoet?

Toekomst

In de kerkenraad keken we vooruit. We kunnen nog steeds bogen op een boeiende en bloeiende gemeenschap en zeer veel zaken lopen gesmeerd. Zo verschijnt er een paars boekje voor de veertigdagentijd zonder coördinator, kwijten veel vrijwilligers zich van hun gespecialiseerde taak, kijken we terug op goedbezochte kerkdiensten en weten we dat we er financieel gezond voor staan.

Daartegenover loopt het bij het doorgeven van liederen aan kerktelefoonluisteraars niet van een leien dakje en doet zich de behoefte aan coördinatie voor, zien we ook wel dat het kerkbezoek terugloopt en het GJT ziet zich genoodzaakt kinderen een brandbrief mee te geven. Kinderen genoeg, leiding vormt straks een groot probleem. Avonden van vorming en toerusting kennen niet meer de toeloop zoals in het verleden. We tellen voor het komende seizoen zestien vacatures.

Kleine kern, brede rand

Krijgen we die nog vervuld? De kern van onze geloofsgemeenschap wordt steeds kleiner, de rand steeds ruimer en we doen een ernstig beroep op een steeds kleinere groep, die bovendien sterk vergrijst. Wie spreken we nog aan? Wat moeten we anders doen? Zijn mensen nog wel bereid voor vier jaar een taak op zich te nemen? Moeten we naar een kleiner beleidskader en naar meer contactpersonen? Helpen structurele oplossingen in een tijd waarin individuele keuzes hoogtij vieren? Wat zegt het, als blijkt dat mensen van een kerkdienst op internet alleen de preek beluisteren? Hoe blijven we, jong en oud, gezamenlijk onderweg?

Vervolg

U ziet: voornamelijk vragen. We zitten nog in de brainstormfase en de volgende kerkenraadsvergadering gaan we ermee verder. Wordt vervolgd.

Uw scriba,

Jaap Plomp