Als u mij vraagt:”Hoe was je reis naar Ghana?”, dan zeg ik:”Tja, nou, eh….bijzonder!

U vraagt dan natuurlijk: “Hoezo bijzonder?”

En dan wordt het moeilijk,want hoe vertaal je alles wat je gezien, gehoord, gevoeld en meegemaakt hebt in een heet Afrikaans land naar iemand die er nooit geweest is en zich er geen voorstelling van kan maken?

Laat ik beginnen met te vertellen dat de titel “Inspiratiereis“ niet van mij komt , maar van Kerk in Actie, het activiteitencentrum van de PKN. De reis is niet bedoeld als toeristisch tripje, maar opgezet als een kennismaking met het zendings-, en toerustingswerk van de PKN. Uitsluitend  voor die leden die wat flexibel zijn, die dus geen 5 sterren hotels en europese maaltijden verwachten. Dat moet lukken, dacht ik.

Er is van te voren naar onze motivatie gevraagd. Die van mij is nogal banaal: Ik wil de plaatsen zien die voorkomen in het boek: “De zwarte met het witte hart”van Arthur Japin.

Met 16 medelanders , onder wie veel ambtsdragers, hebben we een vol programma over kerk zijn , cultuur en een beetje natuur afgewerkt. De eerste de beste dag na aankomst maken we in de miljoenenstad Accra een bijna 3 uur durende kerkdienst mee van de Presbyterian Church of Ghana. Haar motto is:That they all be one.

De medewerkers aan de dienst hebben allen een jurk of bloes van dezelfde stof aan, met het embleem van hun kerk erop, zodat ze direct herkenbaar zijn. Iets voor Putten?

Hoe dan ook: Het is een warm en swingend onthaal en we worden tijdens de collecte aan de arm meegenomen in de polonaise, die twee keer langs de offeremmers gaat, die in een soort plantenbak- jaren- vijftig hangen.

Na alle vreugde word ik in een groep met mensen ingedeeld die allen op woensdag geboren zijn en de Bijbelstudie begint. Een van de meisjes leest in het Twi een stuk uit de Bijbel voor en daarna begint de catecheet aan de hand van een boekje vragen te stellen. Af en toe legt hij uit waar het over gaat. Over Paulus die in een droom een man ziet die roept “Kom over en help ons!” Ik krijg ook een beurt en omdat ik niets van het Twi snap, krijg ik gauw een Engelse bijbel in de handen gedrukt en moet ik met 20 paar bruine ogen op me gericht commentaar leveren Ja, je doet wat onder dwang!

Na een lange preek moet ik nog contact maken met het kerkvolk .Ik raak met een groep kinderen aan de praat; nu ja, ze willen wel foto`s zien en hun naam noemen, maar ze zijn nieuwsgierig én verlegen, dus het is een beetje eenrichtingverkeer.

Al met al is het een positieve, maar heftige en emotionele ervaring om daar te gast te zijn.

We lunchen in een kerkgebouwtje en krijgen een lezing van Dr. David zusenzo over de rol van de zending tijdens  de slavernij. Hij is in Nederland op dit onderwerp gepromoveerd.

Alle sprekers, gepromoveerd of niet, spreken een soort Afrikaans Engels dat we maar ten dele begrijpen, dus onze reisleider neemt de vertaling op zich. Alle voordrachten duren daardoor twee keer zolang. En heel kort van stof zijn onze “teachers”toch al niet. Maar we slagen erin de ogen open te houden en af en toe een zinnige vraag te stellen.

U ziet: het woord “vakantie “is niet op zijn plaats.

Als ik u niet verveel, wil ik u nog graag een keer vertellen over het Nederlandse slaven fort Elmina .Of over het bezoek aan de traditionele priesteres of aan de imam of  aan de grootste markt van Afrika o.l.v. twee Presbyteriaanse vrouwen in Kumasi of de kerkdienst in het schooltje bij Jasper Maas in de bush of…

Mayella Geskus