Gereformeerde Kerk Putten

Een open, gastvrije en veelkleurige geloofsgemeenschap, met de Bijbel als bron en norm voor geloof en leven

Lukas 1:8-13, 1:26-33, 2:8-11. Wees niet bang!

2019 December Ds. Dick Boekema

Iedereen van ons is wel eens bang voor het donker, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin.  In letterlijke zin zijn kinderen zijn soms bang in het donker. Daarom blijft er  ’s nachts een lampje branden op hun kamer, of de deur blijft op een kier, zodat het licht van de gang naar binnen komt. Maar ook grote mensen  vinden mensen het soms onprettig om in het donker over straat of door het park te lopen. Ook in figuurlijke zin kunnen mensen bang zijn voor de duisternis. Als je om je heen kijkt wat er allemaal in onze wereld gebeurt, dan vraag je je wel eens af: hoe zal het gaan in de toekomst ? Ziet die er niet heel donker uit ? Of in mijn eigen  leven ? Wat zal er allemaal  op mijn levenspad komen ? Je kunt je soms zorgen maken over hoe het zal gaan,  bang voor het onbekende, bang voor tegenslagen, ernstige ziekte, of de dood…  Zo kennen we allemaal onze eigen grote en kleine zorgen, kleine en grote angsten…

In de eerste  hoofdstukken van het evangelie van Lukas heeft de engel Gabriël het druk. Eerst moet hij naar Jeruzalem om aan de oude priester Zacharias te vertellen dat hij en zijn vrouw Elisabeth op hoge leeftijd een zoon zullen krijgen: Johannes. Daarna moet Gabriël naar Nazareth om aan het jonge meisje Maria te vertellen dat zij op een bijzondere manier een bijzonder kind zal krijgen.  En tot slot gaat Gabriël, samen met vele andere engelen, naar Bethlehem,  om aan de herders in het veld te vertellen dat Jezus is geboren.

En alle drie keer, zowel tegen Zacharias, en tegen Maria en tegen de herders zegt Gabriël: Weest niet bevreesd ! Wees niet bang ! Begrijpelijk dat Gabriël dit zegt, want stelt u voor, dat u in uw huiskamer zit, rustig  televisie te kijken of een boek te lezen… en dan plotseling, staat er iemand bij je in de kamer, en dan blijkt het ook nog een engel te zijn !  Ja, dan schrik je wel even… Gabriël weet als hij plotseling voor gewone mensen verschijnt, dat ze schrikken en daarom zegt hij  ‘Rustig maar, niet bang te zijn, want ik kom je iets moois vertellen…’

‘Wees niet bang !’  dat is een uitspraak die ongeveer 70x voor komt in de Bijbel. Blijkbaar is  het een belangrijk onderdeel van de Bijbelse boodschap dat wij mensen niet bang hoeven te zijn.  Wij hoeven niet bang te zijn, omdat wij mogen geloven dat wij in dit grote donkere koude heelal niet alleen zijn, en dat wij ook in ons leven en deze soms donkere wereld niet alleen zijn, God is er ook nog ! En deze God is niet ver weg boven in de hemel  maar Hij is in deze wereld gekomen als een mens van vlees en bloed, in het kindje Jezus !

Ja, nooit meer bang hoeven zijn ! Klinkt dat niet wat te mooi ? Het is toch zo dat kleine en grote zorgen, onzekerheden en angsten altijd een rol blijven spelen in ons leven ?  Soms zijn er dingen waar we heel erg tegen op zien. Als je een zware operatie voor de boeg hebt, dan ben je gespannen en misschien bang. Je vraagt je af: Hoe zal het gaan ? Hoe kom ik er door heen ?  En misschien maakt u zich minder zorgen over uzelf, maar wel over uw kinderen en kleinkinderen. Hoe zal het gaan in hun leven ? In wat voor een wereld groeien zij op ?

Angst kan heel beklemmend werken.  Als we bang zijn, kunnen we soms niet meer helder denken, we kunnen niet meer genieten van de gewone kleine dingen van het leven. Angst is een slechte raadgever.  Soms zijn onze angsten logisch en begrijpelijk, want het leven zit soms vol gevaren. Ook al is het zo, dat sommige dingen waar bang voor kunnen zijn, lang niet altijd ook echt gebeuren ! Sommige angsten zitten heel diep. Ze hebben te maken met gebeurtenissen die mensen hebben meegemaakt in hun jeugd of in hun leven. En dan kan het heel moeilijk zijn om zulke angsten kwijt te raken.

Ook al geloof je in God, vertrouw je op Hem, sommige angsten en onzekerheden zijn niet zo maar helemaal verdwenen. Zo gemakkelijk werkt dat niet !

Maar de boodschap, dat wij mensen niet bang hoeven te zijn, betekent wel, dat je met de angsten en onzekerheden van het leven anders mag omgaan. Je mag er anders tegen aankijken. Je mag best wel eens bang en onzeker zijn, maar je hoeft niet je hele leven er door laten bepalen, je hoeft er niet aan onderdoor of kapot aan te gaan.

Jezus is geboren in deze wereld, afgedaald in het menselijk leven. Maar niet alleen in de mooie kanten van het menselijk leven, maar ook in de diepste diepten er van. Aan het einde van zijn leven, in de tuin van Getsemané, was ook Jezus bang, letterlijk en figuurlijk doodsbang voor de dingen die gingen komen. Maar voor Hem was er maar één weg, niet door het te ontlopen, maar er recht op af en door heen te gaan, en zo onze menselijke angsten, pijn,  lijden en dood op zijn schouders te nemen.  Met Kerst is er een kindje in deze wereld gekomen. Een klein lichtje dat schijnt in deze donkere wereld.  Deze geboorte was het begin van de lange weg die Jezus moest gaan.  De weg  tot het bittere einde, dwars door zijn angsten heen,  tot aan het kruis.  Maar omdat op de Paasmorgen het weer licht werd , mogen we geloven dat eens op een dag in deze wereld het licht overal zal schijnen. Dan zullen pijn, verdriet, angst, onzekerheid, lijden en dood overwonnen zijn en verdwijnen. En daarom hoeven we uiteindelijk, ten diepste in ons hart en in onze ziel, niet meer bang te zijn.

Je valt niet uit Gods hand

2019 November Ds. R. Bos

Wanneer ik dit schrijf, wordt duidelijk dat de zomer voorbij is en de herfst al bezig is intrede te doen. De natuur verschiet van kleur. Als het stevig waait, regent het eikels op ons dak.

Het jaargetijde komt via al onze zintuigen binnen. Je ruikt die hele speciale ‘herfstgeur’, je ziet bomen die kaal worden, je hoort de bladeren ruisen rond je schoenen, je voelt de dampige atmosfeer en proeft de smaken van de herfstproducten. De paddenstoelen schieten door het dek van bladeren uit de grond.

 

Ook ons hart en ons denken is in deze periode gevoelig voor wat er in de natuur gebeurt. In de herfst zien we de eindigheid en het verval van het bestaan. En die eindigheid en dat verval gaan niet buiten ons om. Het raakt ook ons eigen leven en dat van mensen die ons lief zijn.

 

Wat zegt de Bijbel zelf over de eindigheid, over sterven en bij God zijn? Apostelen en evangelisten bieden ons een hele reeks aan beelden en metaforen. We horen in de bijbel van tarwe dat in de aarde wordt gezaaid en daarna wordt opgewekt, een andere plek tekent een bruiloftsmaal, weer een andere plek spreekt van een stad met gouden straten en poorten als parels. In de boeken van Mozes en de profeten horen we van een woestijn die zal bloeien of van zwaarden die omgesmeed worden tot ploegscharen. En ons nieuwe Liedboek zingt van bazuinen die zullen schallen, van de grote zomer die in aantocht is en van Bach die de maat van het koor der engelen slaat (met hopelijk ook een rol voor Mozart, Bruce Springsteen en Adele).

 

Van deze grote rijkdom aan fragmenten en metaforen is geen samenhangend beeld te maken. Wat de bijbel ons biedt over het leven door de dood heen, is eerder te zien als een mozaïek waar steentjes van allerlei materiaal en van verschillende afmeting en kleur zijn gebruikt. Het gaat immers om dingen die geen oog heeft gezien.

 

Wanneer we spreken over ‘de overkant’, ‘het land bij God’, ‘de hemel’ dan kunnen we dat niet anders doen dan in fragmenten, in beelden en metaforen. Het kan niet anders dan ‘tastenderwijs’.

We hebben geen afgeronde formules maar we leven we van het vertrouwen dat de beelden en de fragmenten ons iets hebben te zeggen. Door de tijd heen hebben de beelden immers een bepaalde lading en betekenis gekregen. Woorden als bruiloft, Jeruzalem, vaderhuis en ga zo maar door zijn ‘veelzeggende woorden’ geworden. Ze herinneren aan ervaringen en gebeurtenissen hier op aarde waar mensen iets van God en zijn aanwezigheid hebben gevoeld.

 

We zouden kunnen zeggen: alles wat hier op aarde ervaren wordt als gave van God, het goede, het diepe, het mooie en rechtvaardige, dat alles benadert de werkelijkheid van onze toekomst door de dood heen. Al dat goede zal God voortzetten, verdiepen, vervullen, voltooien. Na de dood ontmoeten we immers dezelfde God die zich in dit leven met ons bezighoudt.

 

Alle beelden over onze toekomst na de dood cirkelen dan ook niet rond een ‘Iets’ (de hemel) maar rond een ‘Iemand’, rond God, de Vader van de gekruisigde en opgestane Heer. De Joodse filosoof Martin Buber schrijft ergens: ‘Van de dood weten we niets en van iets aan gene zijde van de dood kunnen we ons ook niets voorstellen. Het echte geloof spreekt: ik weet niets van de dood, maar ik weet dat God de eeuwigheid is en ik weet ook nog dat Hij mijn God is’.

Over de grens van leven en dood vallen we niet in een leegte maar in Gods genadige hand.

 

‘Gouden lijm’

2019 Oktober Ds. R. Bos

Het overkomt iedereen wel eens. Dat valt een mooie vaas of ander stuk aardewerk per ongeluk en vervolgens liggen de stukken op de grond. Als de schade niet te groot is, kun je proberen de brokstukken zó te lijmen dat de breuken niet meer te zien zijn en de vaas er weer ‘als vanouds’ bij staat. Het kan ook zijn dat je dan vindt dat er teveel barsten zichtbaar blijven en besluit om de scherven weg te gooien en op zoek te gaan naar een nieuwe vaas.

Dat past in onze tijd en cultuur. We houden van nieuw, van gaaf, van glanzend en als het even kan van ongeschonden.

 

Enige tijd geleden kwam ik ‘bij toeval’ langs een website die mij kennis liet maken met een geheel andere benadering van scherven en breuken. Het gaat om de Japanse kunst van kintsugi. Letterlijk betekent het zoiets als: herstellen met goud.

 

Wanneer een stuk aardewerk of porselein stuk gaat, dan gebruikt deze techniek een lijm waar een goudkleurige stof door gemengd is. In plaats van de breuklijnen te verbergen, accentueert deze ‘gouden lijm’ de barsten juist. De vaas wordt niet zoveel mogelijk in de oude staat teruggebracht maar krijgt een ‘nieuw gezicht’ en kan zelfs kostbaarder worden dan deze ooit geweest is. De met goud geaccentueerde breuklijnen scheppen een eigen wonderlijke schoonheid die juist oplicht en zichtbaar wordt in gebrokenheid.

 

Er waren direct allerlei verbindingen met woorden en verhalen uit Oude en Nieuwe Testament die me te binnen schoten. Ik moest denken aan de woorden van Jezus die in de dienst van Paasmorgen centraal stonden: “Raak mijn wonden aan”. Ik moest ook denken aan woorden van Paulus: “Maar God heeft tegen mij gezegd: ‘Mijn ?genade? is voor jou genoeg. Want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van ?Christus? in mij komt wonen” (2 Korinte 12:9).

 

Niet elk verlies en niet elke barst in je bestaan leent zich ervoor om daar op deze manier mee om te gaan. Er is verlies waar geen enkele kracht aan te ontlenen valt. Dan kunnen we niet anders dan de woorden van Jezus onder elkaar in praktijk brengen: Raak mijn wonden aan.

 

Maar soms zie ik het de praktijk gebeuren: dan slagen mensen er in om een verlies zó te hanteren dat ze gevoeliger worden voor anderen, of ze gaan met ogen vol mededogen naar de wonden van een medemens kijken of ze durven dan zelf wonden van anderen aan te raken.

 

En waar dat gebeurt, daar ‘lijmen’ deze mensen hun eigen wonden met ‘gouden lijm’. Op een wonderlijke manier wordt hun zwakheid tot nieuwe kracht.

 

In de kerk verbinden we een woord en een naam aan die gouden lijm: het is de liefde van Jezus Christus. Hij ziet ons mét onze wonden als zijn kind. Voor Hem zijn breuken en barsten niet het laatste. Hij gooit onze brokstukken niet weg maar neemt die liefdevol op in zijn oneindige ontferming.

 

Sytze de Vries heeft dat als volgt verwoord in Lied 695:

 

Heer, raak mij aan met uw adem,
reik mij uw stralend licht,
wijs mij nieuwe wegen,
geef op uw waarheid zicht.

 

Raak met uw Adem mijn onrust

tot ik de rust hervind.

Al mijn wonden heelt Gij;

Gij ziet in mij uw kind.

 

Wees ook de Geest die mij aanvuurt

en al mijn twijfels bant.

Als geroepen kom ik:

mijn tijd is in uw hand.

Spreuken 1:1-9. Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer

2019 September Ds. Dick Boekema

Wijsheid, dat is een woord met verschillende betekenissen. Iemand die een goed stel hersens heeft en goed kan leren,  is zo’n iemand wijs ? Iemand die veel moeilijke en dikke boeken heeft gelezen en die veel gestudeerd heeft, is dat een wijs iemand  ?

In onze tijd en maatschappij zijn mensen soms geneigd om bij wijsheid in eerste instantie te denken aan onze verstandelijke vermogens en capaciteiten. Maar in de bijbel heeft wijsheid niet alleen te maken met verstand, maar vooral met levenservaring en levenswijsheid. Mensen die door de dingen die ze hebben meegemaakt in hun leven iets hebben geleerd en daardoor wijs zijn geworden. Mensen die inzicht hebben in hoe het leven in elkaar zit, wat goed is en wat kwaad, wat de goede keuzes zijn in het leven, dat zijn mensen met wijsheid.

 

Spreuken 1-9 zijn een algemene inleiding op het hele boek Spreuken. Ze geven weer wat de bedoeling is van alle spreuken die in het boek staan. In vers 2 en 3 staat dat ze wijsheid bieden en een leidraad voor het leven zijn, het inzicht verdiepen, wijze lessen bevatten over recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid. Het is vooral praktische wijsheid die hier wordt geboden. Wat moet je als mens doen en laten om op een goede manier door het leven te gaan ? Er zijn nu eenmaal dingen die je zegt of doet, waardoor je andere mensen kunt kwetsen, beschadigen. Er zijn dingen die je zegt of doet, die op het eerste gezicht wel goed lijken, maar op de lange duur toch anders kunnen uitpakken, en uiteindelijk jezelf of anderen benadeelt, pijn kunt doen, beschadigt of zelfs kapot maakt. Soms lijkt het heel moeilijk om op het eerste gezicht te kunnen beoordelen wat goed is en wat fout, maar de spreuken in dit boek kunnen je op weg helpen en leren om  op de juiste wijze te kunnen beoordelen wat goed is en kwaad.

 

Voor wie gelden deze wijze spreuken en  adviezen eigenlijk ?

In vers 4 kunnen we lezen: ‘ze vormen het ongeoefende verstand en geven de jeugd kennis en bezonnenheid.’ Het zijn dus in de eerste plaats jonge mensen die worden aangesproken. Jonge mensen worden ongeoefend genoemd. Jonge mensen, tieners en twintigers,  denken vaak van zichzelf  dat ze al aardig wat zijn en aardig wat weten en kunnen. Aan de ene kant is dat ook wel zo, als het goed is beginnen ze volwassen te worden.  Maar tegelijkertijd zijn ze nog jong, staan ze aan het begin van hun leven en hebben ze nog veel te leren.  Jonge mensen  zijn ongeoefend en onervaren. Daarmee wordt bedoeld dat ondanks de beginnende volwassenheid deze mensen soms ook nog wat naïef en goedgelovig kunnen zijn, gemakkelijk te beïnvloeden, ook door verkeerde mensen. Jonge mensen moeten hun levenservaring nog opbouwen, ze moeten langzaam maar zeker ouder, wijzer en rijper worden.

 

Maar dit boek richt zich niet alleen op jongere onervaren mensen, luister maar naar vers 5: Laat wie wijs is goed naar deze spreuken luisteren en nog wijzer worden. Laat wie verstandig is meer vaardigheid verwerven. Of je nu jong bent of oud, een mens is nooit te oud om te leren. Ook al ben je zo ervaren en wijs, er is altijd nog meer te leren, op welk gebied dan ook.

Het boek Spreuken is een boek voor jong én oud. Natuurlijk moeten we ook zeggen, dat leeftijd en wijsheid niet altijd parallel lopen, maar slechts in grote lijnen. Er zijn soms jonge mensen, die soms door bepaalde omstandigheden al heel wijs kunnen zijn. Er zijn ook oudere mensen, die dom zijn en dom blijven, die niet leren van hun fouten, die nooit volwassen worden.

 

De beste manier om wijs of nog wijzer te worden, is: luisteren ! (vers 5) Luisteren is heel wat anders dan horen !  Horen doen we met onze oren, maar luisteren doen we met ons hart ! In de Bijbel is luisteren niet alleen horen, maar de woorden die je hoort, opnemen in je hart, er iets mee doen, je er door laten beïnvloeden in je leven waardoor je leven verandert en het beter wordt !  Echt luisteren is voor heel veel mensen heel moeilijk. De meeste mensen kunnen beter praten dan luisteren !

 

Maar temidden van al deze goede adviezen in de eerste zes verzen om wijs te worden, wordt in vers 7 het allerbelangrijkste genoemd: Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer !

Respect, ontzag en eerbied hebben voor God, dat betekent:  ontzag en eerbied hebt voor de leefregels van God die Hij geeft, o.a. in de Thora, de wet van Mozes, en in de Spreuken.

Als mens proberen te leven volgens de leefregels van God, dat betekent niet dat je alles weet en begrijpt, dat er geen vragen, problemen of moeilijkheden meer zijn,  maar temidden in dit soms warrige, moeilijke en onoverzichtelijke leven kunnen de leefregels van God ons ook houvast, duidelijkheid, grenzen, steun en struktuur geven in ons leven, en daarmee voor blijdschap, geluk, rust, stabiliteit en wijsheid.

Respect en ontzag voor God, dat verwijst naar het 1e en 2e gebod. God liefhebben met alle kracht, heel je ziel, je hart en verstand en je medemens liefhebben als jezelf. In 1 Kor 1: 24 wordt door de apostel Paulus Jezus de Wijsheid van God genoemd. Wat is wijs zijn ? Leven vanuit wat Jezus voor jou heeft gedaan en met de woorden van Jezus op weg gaan, Hem navolgen. Dwars door de donkere diepten van dit leven op weg zijn naar het Licht, het leven, het koninkrijk van God !

 

Met deze woorden mag iedere gelovige op weg, in heel ons leven en zo ook aan het begin van een kerkelijk seizoen. Wijsheid hebben we allemaal nodig. Wijsheid om de goede keuzes te maken, dingen te doen en dingen te laten. Wijsheid om te weten wat de goede weg is die je moet gaan. Wijsheid hebben wil niet zeggen meteen pasklare antwoorden hebben en oplossingen, maar tastend en zoekend je weg gaan. En weten: het begin dwz het startpunt en het fundament van die wijsheid is respekt en ontzag en liefde voor God en voor de mensen om je heen.

Lukas 3: 15-22. De Heilige Geest in de gedaante van een duif

2019 Juni Ds. Dick Boekema

De duif is wereldwijd, zowel binnen als buiten de kerk, een bekend symbool.

Het is het symbool van vrede en de universele hoop op wereldvrede. Ook in de liefde is de duif een belangrijk symbool. Soms zeggen mensen tegen iemand, die ze lief of aardig vinden, of van wie ze houden: ‘mijn duifje’. Op bruiloften worden soms  duiven losgelaten, als symbool van de liefde tussen het pasgetrouwde stel.

Binnen het christelijk geloof is de duif symbool, aanduiding van de Heilige Geest.

In alle vier evangeliën wordt verteld dat als Jezus wordt gedoopt door Johannes de Doper in het water van de rivier de Jordaan, dat de Geest van God als een duif op Jezus neerdaalt. Dat de Geest van God gesymboliseerd wordt door een vogel, is begrijpelijk. Net als een vogel die vliegt en zweeft door de lucht, komt ook de Geest als de wind door de lucht aanwaaien of aanzweven. Maar waarom juist een duif ? Waarom geen andere vogel ? Omdat het een mooie sierlijke vogel is, vriendelijk en niet bedreigend ? Misschien dat deze dingen een rol kunnen spelen, maar er zit nog een diepere betekenis achter dat het juist een duif is als symbool van Gods Geest.

 

In het OT vinden we een aantal verhalen waarin zowel water, oordeel en dood, en een duif een rol spelen. We kunnen denken aan het verhaal van Noach. Door de water wordt de wereld vernietigt, maar Noach en zijn gezin worden gered in de Ark. Als het water weer gaat zakken, laat Noach een paar keer een duif los. De eerste keer komt de duif terug met niets, de tweede keer met een jong olijftakje in haar bek, en de derde keer komt ze niet meer terug. In het verhaal van Noach maakt de duif duidelijk van het oordeel en de vernietiging van de zondvloed niet het laatste woord heeft, maar er is ook weer een nieuw begin, nieuw leven.

Een ander verhaal is het verhaal over de profeet Jona. Jona betekent: duif. Deze profeet krijgt van God opdracht om naar Ninevé te gaan, maar daar heeft Jona geen zin in en hij vlucht met een schip de andere kant op. Midden in een storm op zee gooien de zeelieden hem overboord. Jona in het water van de zee in een storm, hij is reddeloos verloren, hij zal verdrinken en sterven. Maar God redt de duif Jona en een grote vis spuwt Jona uit op het strand en Jona mag opnieuw beginnen, opnieuw naar Ninevé gaan. (Jona 1 en 2)

 

In het evangelie bij de doop van Jezus gaat het ook om water, ondergang en de komst van de geest als een duif.  Meer dan de andere evangelisten, legt Lukas er de nadruk op, dat de Geest in lichamelijke gedaante op Jezus neerdaalde. (vers 22)  Door de komst van de duif wordt duidelijk dat er een nieuwe fase aanbreekt in de geschiedenis van God en zijn volk, van God en de mensen. Door de komst en de doop van Jezus gebeurt er iets nieuws !

Met de doop van Jezus en de komst van de Geest als een duif, zegt God tegen ieder mens die gedoopt wordt en in Jezus gelooft en Hem wil volgen in zijn of haar leven,  dat wat er ook gebeurt in je leven, wat je ook doet aan fouten of zonden, God blijft niet stil staan bij het oude, niet het oordeel en de zonde en de dood hebben het laatste woord, maar er is altijd weer Gods liefde en vergeving, altijd weer een mogelijkheid om opnieuw met een schone lei te beginnen.

 

Jezus wordt gedoopt door Johannes de Doper, een bijzondere man. Een strenge boeteprediker die de mensen keihard de waarheid zegt, ook de vrome godsdienstige Joden die dachten dat ze het nog niet zo slecht deden.‘ Zeg niet tegen jezelf: wij hebben Abraham tot vader’. zegt Johannes tegen hen. ‘Denk niet omdat je een jood bent, lid van het uitverkoren volk, dat het dan wel goed met je zit’. bedoelt Johannes te zeggen.

Met zijn doop van bekering en vergeving van zonden wil Johannes zeggen: niet alleen heidenen, maar ook Joden, iedereen heeft het nodig om schoon gewassen te worden !  En zegt hij er nog bij: ‘Brengt vruchten voort die aan de bekering beantwoorden. (vers 8)  Met andere woorden: Als je je hebt laten dopen, als je gelooft, leef er dan ook naar, doe er wat mee ! Laat dat dan ook zichtbaar worden in de dagelijkse praktijk van je leven !

 

Zo is het ook met de dopelingen van vandaag. De doop is vooral een beginpunt, een opdracht voor  ouders en later ook voor kinderen, om er iets mee te doen in je leven !

De bijbelse symboliek van de duif vertelt ons o.a. aanwezigheid van en de aanraking van God door zijn Geest, redding door tegenslagen, door nood en dood heen, mogelijkheid van een nieuw begin en een nieuwe start, vergeving en nieuw leven.

Maar niet alleen de Geest van God wordt vergeleken met een duif, ook de levens- en geloofhouding van ons mensen wordt vergeleken met een duif.

In het evangelie van Mattheüs vinden we een bijzondere uitspraak van Jezus tegen zijn leerlingen, over de manier waarop zij Hem moeten volgen in hun leven.

Hij zegt: ‘Weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.’ (Math 10:16)

Als gelovig mens staan in deze wereld, het heeft iets dubbelzinnigs.

Aan de ene kant moet je op bepaalde momenten en tijden in je leven voorzichtig zijn als een slang:  waakzaam, oplettend, scherp, kritisch, niet alles voor zoete koek slikken, zelf ook nadenken over de dingen. 

En aan de andere kant kunnen er momenten en perioden zijn dat je argeloos als de duiven moet zijn: echt, zuiver, eerlijk,  je afhankelijk en open opstellen, bepaalde dingen over je heen laten komen en aan God overlaten, zoeken en tasten naar zijn aanwezigheid in je leven....

Deze twee houdingen kunnen elkaar afwisselen, maar ze horen onlosmakelijk bij elkaar, het zijn twee kanten van dezelfde medaille van het leven als gelovige met God.

Twee kanten van een goede en evenwichtige levens- en geloofshouding van mensen in deze wereld. Zo mogen we met elkaar en met onze God op weg zijn.

KERSTMIS 2019, ZOEKEN NAAR VERBINDING

2019 December Mevr. L. Veen

Als ik aan Kerstmis denk, schiet er  geboorte van het licht door mijn hoofd.  Geboorte van het licht in onszelf, de Christusvonk. Maar tegelijk denk ik ook aan het woord verbinding. Verbinding kan rijkdom geven in  vele opzichten. In feite zijn wij volledig afhankelijk van elkaar. We zijn met alles verbonden, met mensen, met dieren, met de natuur. Het een heeft gevolgen voor het ander. Ons hele leven is een netwerk van verbindingen en samenwerking. Einstein, de befaamde wetenschapper, zei eens: ‘als ik een probleem heb, ga ik de natuur in’.  Hij gebruikte de bossen om zichzelf en zijn gedachten naar een hoger niveau te tillen. Kijk diep in het mysterie van de natuur en je zult alles beter begrijpen. Kijk niet alleen naar de wereld met je ogen en je hoofd, maar met je hart, je hele zijn om echt deel te hebben aan het mysterie dat ons allen verbindt.

In de krant van vandaag las ik het verhaal van vier broertjes, 13,11, 9 en 7 jaar oud. Zij zijn in de bres gesprongen om een Wildopvang in Delft, die op de rand van faillissement staat, te helpen. De broers hadden een brief naar het gemeentebestuur geschreven waarin zij niet alleen om subsidie vragen, maar ook hun hulp aanbieden.  Zij leven onder het motto:  wie goed is voor een dier, is ook goed voor een mens! Wat zij ook maar aan zieke of gewonde dieren vinden, vangen zij op en brengen het in een warm dekentje naar de Wildopvang. De kinderen zijn er kind aan huis, met alles wat zij vinden en liefdevol verzorgen. Alleen al door hun grote verbinding met de natuur zal er door het gemeentebestuur wel naar een goede oplossing gezocht worden, dat kan niet anders. Met zo’n verbinding heeft God te maken.

Gisteren maakte ik iets anders mee.  In een grote winkelstraat liepen een echtpaar stijf gearmd langs mij heen. Zo te zien welgestelde mensen. Ze wierpen een blik op mij en de vrouw maakte een opmerking: ‘wat een stakker!’  Ik keek om mij heen waar die stakker was, maar ze bleef mij aankijken…  Zonder verder nog een blik op mij te werpen liepen ze door.  Mensen waar ik dus geen verbinding mee heb, stumpers, een uitzondering gelukkig!

Zelf beleef ik ook van alles met mens en dier in het park achter ons huis. Dieren herkennen je, ze reageren. De eenden kwaken, maken veel geluid. De  vier Kaapse eenden komen enthousiast aanrennen als ik hun namen roep. Ze begroeten mij en zwabberen met hun staart als teken van herkenning.  Ze zoeken hun eigen etensbak op en maken geen ruzie. We kunnen van ze leren en ze verdienen ons respect.  Dieren leren ons gelukkig te zijn. Eva, de oudste Kaapse eend, is nu zo’n 5 jaar in het park. Ze heeft diverse nesten gehad, en een aantal mannetjes overleefd. Van de 95 eendenkuikens heeft er eentje het overleefd en die is door de gemeente Putten weggebracht naar Elspeet. Eva heeft dus heel wat verdriet met mij gedeeld, wat een grote verbondenheid geeft. En toch gaat zij door, iedere keer weer, zij kan niet anders. Toen ik een avond verhinderd was om op het gebruikelijke tijdstip te komen, is zij het hele park rondgelopen om mij te zoeken…. En uiteindelijk is zij bij ons voor de deur gaan zitten.  Andere mensen die dit gezien hadden vertelden het ons. Aandoenlijk toch!  Toen wij thuiskwamen, ben ik als een haas naar het park gegaan om haar weer te ontmoeten. Eva stond al klaar, zwabberde uitgelaten met haar staart, luid kwetterend. Eva is een van mijn dierbare vrienden.

Met mensen gaat het net zo, en soms ook iets anders. Je maakt verbindingen met talloze mensen, in je familie, met vrienden, met grote en kleine mensen die je toevallig ontmoet. Verbondenheid geeft een groot gevoel van dankbaarheid. In de maand december komt deze verbondenheid extra naar voren. Je wilt het benoemen, benadrukken, juist met Kerstmis. Verbinding geeft rijkdom, want al die ervaringen maken je leven waardevol, geven een zin aan je leven. Zoek naar die momenten, het is  Kerst, maar ook de dag erna, elke dag, verbinding maakt je mens! En in die verbondenheid zoekt God jou ook.

Een liefdevol Kerst voor jullie allemaal!

Familie

2019 November Mevr. M. Michielsen

Het leek zo makkelijk, een column schrijven over familie. Want familie, daar valt toch genoeg over te zeggen? Maar niets bleek minder waar. Mijn gedachten en gevoelens over familie gaan alle kanten uit en laten zich lastig omschrijven. Familie kan hartverwarmend, maar ook onuitstaanbaar zijn, familieleden zijn soms zo hetzelfde en soms zo verbazingwekkend anders. Maar één ding is zeker, familie is onlosmakelijk met jezelf verbonden.

Familie weet je te raken, kent je goed en bij je familie kun je jezelf zijn. Althans… als je net als ik het geluk hebt gehad om op te groeien in een warm gezin, waarbinnen iedereen zijn gebreken had maar vooral de liefde overheerste. Waar ik ruimte heb ervaren om mezelf te ontwikkelen, waar ik plezier heb gemaakt, getroost werd, gestimuleerd werd en soms ook berispt werd, maar waar er bovenal van mij gehouden werd. Mijn familie heeft veel van mijn emoties betekenis gegeven en onvoorwaardelijke liefde ervaar ik eigenlijk alleen bij mijn ouders. En nu ik zelf kinderen heb, weet ik hoe diep die liefde gaat. Maakt dat de relatie altijd makkelijk? Nee helemaal niet. Zoals mijn ouders mij vroeger vast en zeker zo af en toe achter het behang konden plakken, halen mijn kinderen nu soms ook het bloed onder mijn nagels vandaan. Daarbij ben ik op mijn familie soms veel kritischer dan ik ooit op anderen zou zijn en tegelijkertijd hecht ik veel waarde aan hun mening.

In de kerk zie ik families waar de liefde van af lijkt te stralen. Waar jong en oud zich met elkaar verbonden voelen. Families die weten hoe ze samen heel veel kunnen lachen, maar die ook weten wat pijn en verdriet en gemis inhouden en elkaar daarin weten te steunen. Wat die families uitstralen is hartverwarmend. Toch weet ik ook dat er mensen in onze kerk zitten die helaas niet zulke mooie herinneringen aan hun familie hebben. Die hun gezin verscheurd zien door liefde die omsloeg in ruzie, die te veel narigheid hebben meegemaakt om nog steun te ervaren of steun te kunnen geven aan familie, mensen die nare ervaringen met zich meedragen die sterker zijn dan alles wat ze ooit aan liefde hebben ervaren, die vooral de pijn voelen van gemis, gemis van een vader, van een moeder, van kinderen. Die gebukt gaan onder eenzaamheid of die steeds meer herinneringen aan hun familie kwijtraken…

Als ik zie hoe mooi de leden van sommige families samen kunnen functioneren, waarbij iedereen een eigen rol heeft en tot zijn recht komt, droom ik van een kerkgemeenschap die hetzelfde werkt. Een gemeenschap waar iedereen oog heeft voor elkaar. Waar ruimte is voor iedereen, ook voor die ene gekke oom of zonderlinge tante. Waar kleinkinderen de kroon zijn op het leven van grootouders, waar kinderen trots zijn op hun ouders (Spreuken 17:6). Waar aandacht is voor elkaar, ervaringen worden gedeeld, elkaars zwakke en sterke punten bekend zijn, maar dat die er tegelijkertijd ook mogen zijn. Een familie waarmee je de maaltijd deelt, met wie je treurt om mensen die je moet missen en met wie je het leven viert. Een kerkgemeenschap waarin mensen de familie vinden die ze kwijt zijn of nooit hebben gehad.

Soms heb ik het gevoel dat in onze kerk ook deel uitmaak van zo’n familie, maar vaak zit ik ook als individu in de kerk, in mijn eigen bubbel. Ik ben onverschillig, vol van mezelf, ik heb een oordeel over anderen, ik praat mijn mond voorbij of ik durf me niet kwetsbaar op te stellen. En me zo thuis voelen als bij mijn eigen familie? Ik ben zelfs bang voor andere mensen. Ik ga ze het liefst uit de weg. Elkaar de vrede van Christus wensen, pff, daar moet ik me nog steeds overheen zetten. Een gesprek aangaan tijdens het koffie drinken? Nee, ik ga liever meteen naar huis. Openstaan voor nieuwe leden in onze gespreksgroep? Moet dat!? Vragen naar het waarom van de keuzes van een ander? De waarheid durven zeggen als dat nodig is? Ik laat nog regelmatig steekjes vallen. En ik ben vast niet de enige…

Maar als we als kerk niet ons best doen om elkaar te leren kennen en begrijpen, zullen wij dan ooit een familie kunnen vormen?

Dus mijn wens, of eigenlijk opdracht aan jullie en mezelf: heb het beste met elkaar voor, ga uit van de goede intenties van anderen, laat die ander binnen, vraag naar zijn of haar leven en maak verbinding. Wees die lieve oma of opa, die zorgzame vader of moeder, dat kwetsbare, ontvankelijke kind voor elkaar. En ja, dan mag het heus nog wel eens misgaan. Ruzie komt in de beste families voor. De beste families blijven alleen niet in die ruzie hangen, maar blijven zoeken naar manieren om er samen uit te komen. Gewoon, omdat je familie van elkaar bent en daarmee voor altijd met elkaar verbonden bent. 

 

 

Reizen

2019 Oktober Dhr. J. Plomp

Vliegen telt niet. Dat is geen reizen, dat is verplaatsen. Reizen is een weg afleggen, kent een begin- en eindpunt en reizen heeft een doel. Zonder doel wordt reizen dwalen, dolen, zwerven. Zelfs als de reis eindigt bij het beginpunt, is dat een reis, want het beginpunt is dan het doel. Rondjes tellen dus wel mee.

Dé reis is natuurlijk de reis van het leven, omgeven door vaagheden: de twee existentiële vragen: waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe?

Je bent er, ongevraagd, ineens. Je weet het zelf aanvankelijk nog niet, maar je bent er. Hoe toevallig? Was je een ander geweest als een ander zaadje de race had gewonnen? Was je een ander geweest als de ontmoeting met een eitje een maand later had plaatsgevonden? Was je een ander geweest als je plaats in het gezin een andere was geweest? Daarnaast ben je op een plaats geboren die kansen biedt. Hoe dan ook, de reis begint, je gaat op weg.

Waar naartoe? Weet jij veel! Het begint met verkennen, met leren, met ervaren, met vallen, met opstaan. Gaandeweg ontwikkelt zich een doel: daar wil ik heen, dat wil ik worden en uiteindelijk: wie wil ik worden? Je moet wel in beweging blijven. Stilstaan is geen reizen.

Er moet onderweg wel wat gebeuren, anders verliest de reis haar betekenis. Onderweg beleef je dingen, ontmoet je anderen. Onderweg ontdek je dat je niet de enige reiziger bent. Juist die ontmoetingen maken de reis zinvol. Je ontdekt dat je er bent voor de anderen, dat je als reiziger met je bagage, iets voor anderen kunt betekenen. Dan wordt de reis zelf al een doel op zich.

 

Waarheen? Opvallend in veel Bijbelverhalen is, dat God mensen op weg stuurt zonder routebeschrijving. Het doel blijft vaag: het land dat Ik je wijzen zal, het beloofde land. Waar dat ligt, blijft lang onduidelijk en de weg erheen is lang en kent veel beproevingen. Reizen is niet eenvoudig.

Is het doel de hemel? Leef je om dood te gaan en over te gaan in een eeuwig leven? Is het doel het koninkrijk van God? Is dat hetzelfde als de hemel? Of gaat het erom dat we op reis steeds weer moeten proberen tekenen van Zijn rijk te laten zien? Dan mogen we meelopen, helpen, wetend dat we Hem soms voor de voeten lopen. Het gaat ook met vallen en opstaan. Daar hebben we handen en voeten voor. En Hij heeft ons bagage meegegeven. Laten we er wat mee doen. Laten we reizigers blijven.

Goede reis.

Een nieuwe start

2019 September Mevr. E. Meter

Na de vakantie de draad weer oppakken. Op het werk, op school en in de kerk; velen van ons doen dat deze weken.


Een nieuwe start maken is niet hetzelfde als beginnen met iets nieuws. Je borduurt verder op wat er al is, wat er is geweest. Aan een nieuwe start begin je niet helemaal blanco.  

Om een nieuwe start echt te maken of te vervolgen wat een tijdje stil heeft gestaan, is een frisse blik nodig, bereidheid om het nieuwe een kans te geven, je daarvoor in te zetten en de wil hebben dat het slaagt.

Als je bewust zo’n moment neemt en die stap maakt, begin je er anders aan. Het vergroot de kans op succes en het geeft energie.

Even pas op de plaats maken. Even stilstaan voordat je het vrachtje oppakt en het pakketje goed bekijken. Zit er mogelijk nog ballast bij die je achter kunt of wilt laten? Ballast achterlaten geeft ruimte en maakt de taak lichter.

Maar ook: wat was en is van waarde dat mee mag en verdient het te groeien of te ontwikkelen?

Het is verfrissend om van tijd tot tijd in je leven zo’n moment te nemen, even stil te staan. Jezelf afvragen hoe je gekomen bent waar je nu bent, wat niet meer dienend is en wat je beter achter kunt laten en je bewust maken van wat je mee wilt nemen, wat er werkelijk toe doet en van waarde is.  Dat is brandstof.

Zo’n stil moment zou je ook elke dag even kunnen nemen; je  wordt er schoon van vanbinnen.

En als je dan zo’n bewuste afweging hebt gemaakt, als het tijd is; de eerste stap zetten en op weg gaan in het vertrouwen dat er op de weg die je inslaat richtingaanwijzers zullen zijn om je route te vervolgen naar het doel dat je voor ogen staat of tot de volgende stop.

Ik wens ons allemaal een frisse blik, goede moed en vertrouwen dat het goede gezegend zal worden.

Liturgie: rituelen

2019 Juli Mevr. L. Veen

Wat is eigenlijk de betekenis van liturgie? Eigenlijk gaat het om de ‘regeltjes’ waaraan een eredienst in de kerk moet voldoen. Het woord leitourgia  is afkomstig uit het Oudgrieks en betekent  dienst van het volk. In de Griekse stadstaten werd dit woord gebruikt voor een publiek doel dat een rijke burger uit eigen middelen financierde, of vrijwillig, of door de wet daartoe verplicht. Voorbeelden zijn:  bekostiging van zangers bij een opvoering of het uitrusten van een oorlogsschip. In de stadstaat Athene wees de stadsraad liturgieën toe aan rijken.

In de kerk is het gebruik ontstaan doordat dit gebruik vaak genoemd werd in de Griekse vertaling van het Nieuwe Testament, bijv in  Handelingen 13:2 vaak vertaald als werk of taak. Het verwijst hier naar een openbare en duidelijk omschreven ceremonie. Later wordt het woord gebruikt om de vieringen van sacramenten aan te geven in de religieuze bijeenkomsten van christenen. Deze vieringen worden voorgegaan door een priester of voorganger en zijn helpers. Liturgie is het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremoniën en handelingen die een eredienst uitmaken. Binnen de christelijke geloofsgemeenschap behoren vanouds sacramenten (bijv doop, het avondmaal, preek) gebeden en liederen, schriftlezing en prediking tot de samenstellende elementen van de liturgie.

De liturgie geeft mij een structuur aan, een vorm van dienst die bekend is, waar ik mij veilig bij voel. Het is de vorm die onze voorouders  gevolgd hebben, het is bekend, het is het raamwerk waarmee wij vertrouwd zijn. Het is een reden om daarvoor naar de kerk te gaan. Je weet waar je aan toe bent en staat niet voor verrassingen. Tegelijkertijd staat ook de liturgie aan veranderingen bloot. Dit komt mede door de oecumene, het samen optrekken met diverse geloofsgenootschappen. 

Het zijn de rituelen die belangrijk zijn, die een eredienst tot een eredienst maken. Maar hebben wij  ook die rituelen in ons dagelijks leven? Ja, lezen in de bijbel, op vaste tijden bidden. Afgezien van de rituelen die met de kerk te maken hebben, hangen wij van rituelen aan elkaar. Opstaan, ontbijt, naar school of naar je werk, broodmaaltijd, werk, avondeten, tv kijken, naar bed gaan… Omdat ik nu al zo’n 23 jaar in de Commissie van Vorming en Toerusting zit, bestaat mijn leven elke dag wel uit spirituele momenten. Een avond die ik zelf geef over bijv. Genade, kan mij elke dag wel inspireren als ik iets moois ontdek dat ik kan gebruiken, mooie muziek, een gevoelig gedicht, een prachtig beeld, ga maar door, een keten van momenten waarop ik God mag ervaren. Een column schrijven, daarover nadenken wat het onderwerp mij zegt en daar een diepere betekenis aan geven, dat kan mij blij maken, blij maken om te leven, om ja te zeggen tegen het diepere in onszelf. Als ik mij bedenk dat mijn ouders mij diverse dingen meegaven in mijn leven waardoor ik als mens groei, rituelen en gebruiken van vroeger. Ik kook bijvoorbeeld precies zoals mijn moeder kookte, stond daarbij als klein kind. Het zit in mijn hoofd. Bij het Indische eten zei ze altijd:  ‘niet te lang roeren, dan wordt het een brei!’ Ik hoor het haar zeggen als ik bami maak…. Het maakt de bami extra lekker met haar woorden in mijn hoofd. Natuurlijk zijn er de gewone banale rituelen, o.a. tanden poetsen, maar die zijn stuk voor stuk ook belangrijk.  Iedere morgen als ik de dag geboren hoor worden, de aangroeiende geluiden vanuit de stilte, de eerste vogels, het is alsof ikzelf geboren word. Deze rituelen en nog veel meer maken mij tot de mens die ik geworden ben, die rituelen nodig heeft om als mens te groeien in liefde tot het goddelijke in ons, een mens die leeft om te dienen ter meerdere glorie van God.