Gereformeerde Kerk Putten

Een open, gastvrije en veelkleurige geloofsgemeenschap, met de Bijbel als bron en norm voor geloof en leven

Spreuken 1:1-9. Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer

2019 September Ds. Dick Boekema

Wijsheid, dat is een woord met verschillende betekenissen. Iemand die een goed stel hersens heeft en goed kan leren,  is zo’n iemand wijs ? Iemand die veel moeilijke en dikke boeken heeft gelezen en die veel gestudeerd heeft, is dat een wijs iemand  ?

In onze tijd en maatschappij zijn mensen soms geneigd om bij wijsheid in eerste instantie te denken aan onze verstandelijke vermogens en capaciteiten. Maar in de bijbel heeft wijsheid niet alleen te maken met verstand, maar vooral met levenservaring en levenswijsheid. Mensen die door de dingen die ze hebben meegemaakt in hun leven iets hebben geleerd en daardoor wijs zijn geworden. Mensen die inzicht hebben in hoe het leven in elkaar zit, wat goed is en wat kwaad, wat de goede keuzes zijn in het leven, dat zijn mensen met wijsheid.

 

Spreuken 1-9 zijn een algemene inleiding op het hele boek Spreuken. Ze geven weer wat de bedoeling is van alle spreuken die in het boek staan. In vers 2 en 3 staat dat ze wijsheid bieden en een leidraad voor het leven zijn, het inzicht verdiepen, wijze lessen bevatten over recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid. Het is vooral praktische wijsheid die hier wordt geboden. Wat moet je als mens doen en laten om op een goede manier door het leven te gaan ? Er zijn nu eenmaal dingen die je zegt of doet, waardoor je andere mensen kunt kwetsen, beschadigen. Er zijn dingen die je zegt of doet, die op het eerste gezicht wel goed lijken, maar op de lange duur toch anders kunnen uitpakken, en uiteindelijk jezelf of anderen benadeelt, pijn kunt doen, beschadigt of zelfs kapot maakt. Soms lijkt het heel moeilijk om op het eerste gezicht te kunnen beoordelen wat goed is en wat fout, maar de spreuken in dit boek kunnen je op weg helpen en leren om  op de juiste wijze te kunnen beoordelen wat goed is en kwaad.

 

Voor wie gelden deze wijze spreuken en  adviezen eigenlijk ?

In vers 4 kunnen we lezen: ‘ze vormen het ongeoefende verstand en geven de jeugd kennis en bezonnenheid.’ Het zijn dus in de eerste plaats jonge mensen die worden aangesproken. Jonge mensen worden ongeoefend genoemd. Jonge mensen, tieners en twintigers,  denken vaak van zichzelf  dat ze al aardig wat zijn en aardig wat weten en kunnen. Aan de ene kant is dat ook wel zo, als het goed is beginnen ze volwassen te worden.  Maar tegelijkertijd zijn ze nog jong, staan ze aan het begin van hun leven en hebben ze nog veel te leren.  Jonge mensen  zijn ongeoefend en onervaren. Daarmee wordt bedoeld dat ondanks de beginnende volwassenheid deze mensen soms ook nog wat naïef en goedgelovig kunnen zijn, gemakkelijk te beïnvloeden, ook door verkeerde mensen. Jonge mensen moeten hun levenservaring nog opbouwen, ze moeten langzaam maar zeker ouder, wijzer en rijper worden.

 

Maar dit boek richt zich niet alleen op jongere onervaren mensen, luister maar naar vers 5: Laat wie wijs is goed naar deze spreuken luisteren en nog wijzer worden. Laat wie verstandig is meer vaardigheid verwerven. Of je nu jong bent of oud, een mens is nooit te oud om te leren. Ook al ben je zo ervaren en wijs, er is altijd nog meer te leren, op welk gebied dan ook.

Het boek Spreuken is een boek voor jong én oud. Natuurlijk moeten we ook zeggen, dat leeftijd en wijsheid niet altijd parallel lopen, maar slechts in grote lijnen. Er zijn soms jonge mensen, die soms door bepaalde omstandigheden al heel wijs kunnen zijn. Er zijn ook oudere mensen, die dom zijn en dom blijven, die niet leren van hun fouten, die nooit volwassen worden.

 

De beste manier om wijs of nog wijzer te worden, is: luisteren ! (vers 5) Luisteren is heel wat anders dan horen !  Horen doen we met onze oren, maar luisteren doen we met ons hart ! In de Bijbel is luisteren niet alleen horen, maar de woorden die je hoort, opnemen in je hart, er iets mee doen, je er door laten beïnvloeden in je leven waardoor je leven verandert en het beter wordt !  Echt luisteren is voor heel veel mensen heel moeilijk. De meeste mensen kunnen beter praten dan luisteren !

 

Maar temidden van al deze goede adviezen in de eerste zes verzen om wijs te worden, wordt in vers 7 het allerbelangrijkste genoemd: Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer !

Respect, ontzag en eerbied hebben voor God, dat betekent:  ontzag en eerbied hebt voor de leefregels van God die Hij geeft, o.a. in de Thora, de wet van Mozes, en in de Spreuken.

Als mens proberen te leven volgens de leefregels van God, dat betekent niet dat je alles weet en begrijpt, dat er geen vragen, problemen of moeilijkheden meer zijn,  maar temidden in dit soms warrige, moeilijke en onoverzichtelijke leven kunnen de leefregels van God ons ook houvast, duidelijkheid, grenzen, steun en struktuur geven in ons leven, en daarmee voor blijdschap, geluk, rust, stabiliteit en wijsheid.

Respect en ontzag voor God, dat verwijst naar het 1e en 2e gebod. God liefhebben met alle kracht, heel je ziel, je hart en verstand en je medemens liefhebben als jezelf. In 1 Kor 1: 24 wordt door de apostel Paulus Jezus de Wijsheid van God genoemd. Wat is wijs zijn ? Leven vanuit wat Jezus voor jou heeft gedaan en met de woorden van Jezus op weg gaan, Hem navolgen. Dwars door de donkere diepten van dit leven op weg zijn naar het Licht, het leven, het koninkrijk van God !

 

Met deze woorden mag iedere gelovige op weg, in heel ons leven en zo ook aan het begin van een kerkelijk seizoen. Wijsheid hebben we allemaal nodig. Wijsheid om de goede keuzes te maken, dingen te doen en dingen te laten. Wijsheid om te weten wat de goede weg is die je moet gaan. Wijsheid hebben wil niet zeggen meteen pasklare antwoorden hebben en oplossingen, maar tastend en zoekend je weg gaan. En weten: het begin dwz het startpunt en het fundament van die wijsheid is respekt en ontzag en liefde voor God en voor de mensen om je heen.

Lukas 3: 15-22. De Heilige Geest in de gedaante van een duif

2019 Juni Ds. Dick Boekema

De duif is wereldwijd, zowel binnen als buiten de kerk, een bekend symbool.

Het is het symbool van vrede en de universele hoop op wereldvrede. Ook in de liefde is de duif een belangrijk symbool. Soms zeggen mensen tegen iemand, die ze lief of aardig vinden, of van wie ze houden: ‘mijn duifje’. Op bruiloften worden soms  duiven losgelaten, als symbool van de liefde tussen het pasgetrouwde stel.

Binnen het christelijk geloof is de duif symbool, aanduiding van de Heilige Geest.

In alle vier evangeliën wordt verteld dat als Jezus wordt gedoopt door Johannes de Doper in het water van de rivier de Jordaan, dat de Geest van God als een duif op Jezus neerdaalt. Dat de Geest van God gesymboliseerd wordt door een vogel, is begrijpelijk. Net als een vogel die vliegt en zweeft door de lucht, komt ook de Geest als de wind door de lucht aanwaaien of aanzweven. Maar waarom juist een duif ? Waarom geen andere vogel ? Omdat het een mooie sierlijke vogel is, vriendelijk en niet bedreigend ? Misschien dat deze dingen een rol kunnen spelen, maar er zit nog een diepere betekenis achter dat het juist een duif is als symbool van Gods Geest.

 

In het OT vinden we een aantal verhalen waarin zowel water, oordeel en dood, en een duif een rol spelen. We kunnen denken aan het verhaal van Noach. Door de water wordt de wereld vernietigt, maar Noach en zijn gezin worden gered in de Ark. Als het water weer gaat zakken, laat Noach een paar keer een duif los. De eerste keer komt de duif terug met niets, de tweede keer met een jong olijftakje in haar bek, en de derde keer komt ze niet meer terug. In het verhaal van Noach maakt de duif duidelijk van het oordeel en de vernietiging van de zondvloed niet het laatste woord heeft, maar er is ook weer een nieuw begin, nieuw leven.

Een ander verhaal is het verhaal over de profeet Jona. Jona betekent: duif. Deze profeet krijgt van God opdracht om naar Ninevé te gaan, maar daar heeft Jona geen zin in en hij vlucht met een schip de andere kant op. Midden in een storm op zee gooien de zeelieden hem overboord. Jona in het water van de zee in een storm, hij is reddeloos verloren, hij zal verdrinken en sterven. Maar God redt de duif Jona en een grote vis spuwt Jona uit op het strand en Jona mag opnieuw beginnen, opnieuw naar Ninevé gaan. (Jona 1 en 2)

 

In het evangelie bij de doop van Jezus gaat het ook om water, ondergang en de komst van de geest als een duif.  Meer dan de andere evangelisten, legt Lukas er de nadruk op, dat de Geest in lichamelijke gedaante op Jezus neerdaalde. (vers 22)  Door de komst van de duif wordt duidelijk dat er een nieuwe fase aanbreekt in de geschiedenis van God en zijn volk, van God en de mensen. Door de komst en de doop van Jezus gebeurt er iets nieuws !

Met de doop van Jezus en de komst van de Geest als een duif, zegt God tegen ieder mens die gedoopt wordt en in Jezus gelooft en Hem wil volgen in zijn of haar leven,  dat wat er ook gebeurt in je leven, wat je ook doet aan fouten of zonden, God blijft niet stil staan bij het oude, niet het oordeel en de zonde en de dood hebben het laatste woord, maar er is altijd weer Gods liefde en vergeving, altijd weer een mogelijkheid om opnieuw met een schone lei te beginnen.

 

Jezus wordt gedoopt door Johannes de Doper, een bijzondere man. Een strenge boeteprediker die de mensen keihard de waarheid zegt, ook de vrome godsdienstige Joden die dachten dat ze het nog niet zo slecht deden.‘ Zeg niet tegen jezelf: wij hebben Abraham tot vader’. zegt Johannes tegen hen. ‘Denk niet omdat je een jood bent, lid van het uitverkoren volk, dat het dan wel goed met je zit’. bedoelt Johannes te zeggen.

Met zijn doop van bekering en vergeving van zonden wil Johannes zeggen: niet alleen heidenen, maar ook Joden, iedereen heeft het nodig om schoon gewassen te worden !  En zegt hij er nog bij: ‘Brengt vruchten voort die aan de bekering beantwoorden. (vers 8)  Met andere woorden: Als je je hebt laten dopen, als je gelooft, leef er dan ook naar, doe er wat mee ! Laat dat dan ook zichtbaar worden in de dagelijkse praktijk van je leven !

 

Zo is het ook met de dopelingen van vandaag. De doop is vooral een beginpunt, een opdracht voor  ouders en later ook voor kinderen, om er iets mee te doen in je leven !

De bijbelse symboliek van de duif vertelt ons o.a. aanwezigheid van en de aanraking van God door zijn Geest, redding door tegenslagen, door nood en dood heen, mogelijkheid van een nieuw begin en een nieuwe start, vergeving en nieuw leven.

Maar niet alleen de Geest van God wordt vergeleken met een duif, ook de levens- en geloofhouding van ons mensen wordt vergeleken met een duif.

In het evangelie van Mattheüs vinden we een bijzondere uitspraak van Jezus tegen zijn leerlingen, over de manier waarop zij Hem moeten volgen in hun leven.

Hij zegt: ‘Weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.’ (Math 10:16)

Als gelovig mens staan in deze wereld, het heeft iets dubbelzinnigs.

Aan de ene kant moet je op bepaalde momenten en tijden in je leven voorzichtig zijn als een slang:  waakzaam, oplettend, scherp, kritisch, niet alles voor zoete koek slikken, zelf ook nadenken over de dingen. 

En aan de andere kant kunnen er momenten en perioden zijn dat je argeloos als de duiven moet zijn: echt, zuiver, eerlijk,  je afhankelijk en open opstellen, bepaalde dingen over je heen laten komen en aan God overlaten, zoeken en tasten naar zijn aanwezigheid in je leven....

Deze twee houdingen kunnen elkaar afwisselen, maar ze horen onlosmakelijk bij elkaar, het zijn twee kanten van dezelfde medaille van het leven als gelovige met God.

Twee kanten van een goede en evenwichtige levens- en geloofshouding van mensen in deze wereld. Zo mogen we met elkaar en met onze God op weg zijn.

Notre Dame

2019 Mei Ds. R. Bos

De brand in de Notre Dame van Parijs op 22 april heeft veel tongen en pennen in beweging gebracht. In de uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige reacties hoorde ik een echo van de dubbelzinnigheid waarmee onze cultuur omgaat met de christelijke wortels. Die dubbelzinnigheid kent aan de ene kant van het spectrum krampachtige ontkenning en even fanatieke bestrijding van alles van met kerk, geloof en christendom te maken heeft. Aan de andere kant van het spectrum zit een krampachtig en soms zelfs agressief vasthouden aan een voorbij verleden van een christelijke cultuur.

 

Ik vond het bijzonder om te zien en te horen hoe overtuigde seculiere Fransen en andere Europeanen oprecht verdrietig waren bij het zien van de ravage na de brand. In hun reacties was te horen en te lezen dat de Notre Dame voor hen meer is dan een toeristische trekpleister, cultureel erfgoed of het ‘hart van Parijs’. Weinigen konden overigens aangeven waar dat ‘meer’ dan voor hen zat.

 

Het is daarom aan ons als gelovigen om voor dat ‘meer’ nieuwe en eigentijdse woorden te vinden. Waarom is dit gebouw meer dan alleen maar een gebouw? Waarom raakt het zelfs seculieren dat daags na de brand het gouden kruis bij het altaar van de kerk stond te blinken? Wie is God voor ons in deze tijd en cultuur?

 

Zo staan we ook in onze eigen gemeente voor de uitdaging om nieuwe en eigentijdse woorden, theologie, metaforen en beelden voor dat ‘meer’ te vinden. Het oppoetsen van voorbije woorden, theologie en beelden zet geen zoden aan de dijk, ook niet als we die met hedendaagse muziek of media omlijsten.

Wij staan voor de uitdaging en de opdracht om woorden en beelden te vinden voor onze vragende, zoekende en twijfelende tijdgenoten. Het is aan ons om de woorden en daden van Jezus om te smeden tot eigen en hedendaagse woorden en daden. Het is ook aan ons om beschadigde Godshuizen weer op te bouwen, zodat er plaatsen blijven die ons en onze tijdgenoten uit blijven nodigen om onze cultuur in Gods licht te blijven zien.

Het is aan ons om een geloofsgemeenschap te organiseren waar beschadigd geloofsvertrouwen geheeld kan worden, plekken waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten, mensen uit verschillende hoeken en milieus, geluksvogels en pechvogels.

Het is nu aan ons om plekken te maken, te creëren, uit te sparen waar we de Stem van God kunnen vernemen, plekken waar voedsel en balsem is voor zoekende zielen.

 

Jezus zei: ‘Zoals de Vader mij heeft gezonden, zo zend Ik jullie de wereld in als mijn getuigen’ (Johannes 20:21).

Lukas 24: 13-35. De verwachting van de Emmaüsgangers

2019 April Ds. Dick Boekema

Mensen hebben soms hoge verwachtingen van bepaalde gebeurtenissen, of van andere mensen. Je begint aan een nieuwe baan, een vriendschap of relatie, en je verwacht en hoopt  dat het iets goeds gaat worden.  Mensen hebben verwachting van de tijd na hun pensioen, dat ze niet meer hoeven te werken, dat ze dingen gaan doen die ze altijd al hadden willen doen.  Maar hoe hoger de verwachtingen zijn, des te groter is de kans dat het tegen valt en dat er daarna teleurstelling komt.

Twee mensen, die hoge verwachtingen hadden van Jezus. Zij hadden verwacht dat Hij Israël verlossen zou, dat Hij het Joodse volk zou bevrijden van de overheersing door de Romeinen en koning zou worden in Jeruzalem. Een dikke week geleden begon het nog heel hoopvol toen Hij Jeruzalem binnen trok, en toegejuichd en bezongen werd door mensen langs de kant van de weg. Maar daarna verliep alles geheel anders dan zij hadden verwacht…

Jezus werd gearresteerd, ter dood veroordeeld, gekruisigd…

En nu…nu is alles voorbij… alle verwachtingen zijn de grond in geboord…

 

Zo hebben mensen van vandaag ook bepaalde verwachtingen van God.

Als er een God is, dan zorgt Hij er toch wel voor dat…  Als God liefde is, dan zal Hij toch niet toelaten dat…   Als God van mij houdt en mij vergeeft, dan zal dit en dat in mijn leven toch niet of misschien juist wel gebeuren… Soms komen die verwachtingen  uit, maar soms ook niet !  Soms lopen dingen anders dan we verwacht hadden en gewild hadden, en zijn we teleurgesteld in God, in de kerk, in onszelf, en komen er vragen en twijfels.

Wat kunnen en mogen wij van God verwachten in ons leven ?  Dat Hij precies doet wat wij willen en vinden dat Hij zou moeten doen ? Dat Hij er voor moet zorgen dat in deze wereld, en in ons leven, en in het leven van familie en vrienden in grote lijnen alles goed verloopt, geen ernstige ziekte, geen tegenslagen  ? Hoe graag we dat ook zouden willen, zo werkt het dus niet, God laat zich niet spannen voor het karretje van onze ideeën en wensen, want God is altijd groter en anders dan wij denken en willen.

Wat mogen we dan wel van God verwachten ? We mogen van God verwachten dat wat er ook gebeurt in ons leven aan goede en aan verdrietige dingen, dat Hij ons niet in de steek laat, maar altijd bij ons is en met ons mee gaat in ons leven, ons helpt, troost en kracht geeft om dit leven aan te kunnen, om door te gaan… Maar de ervaring van die nabijheid en aanwezigheid van God in ons leven, dat is geen vanzelfsprekendheid. Net als in het verhaal is Jezus er plotseling, en is Hij plotseling ook weer weg. Op die manier ervaren we vaak God in ons leven, even is Hij er, en dan is Hij er weer niet, dan lijkt Hij ver weg. Gods nabijheid en aanwezigheid, het golft altijd heen en weer, soms wel en dan weer niet…

 

Als ze in het dorp Emmaüs, bij het huis van de beide mannen zijn aangekomen, gaat Jezus mee naar binnen en Jezus deelt met hen de maaltijd, breekt het brood en spreekt de zegen uit. Al die tijd hadden ze Jezus niet herkent, maar dan staat er  dat hun ogen werden geopend en ze herkenden Hem. Maar dan is Hij ook meteen weer verdwenen…

Onder bijbeluitleggers is verschil van mening over de betekenis van deze maaltijd. Sommigen zien er een verwijzing in naar het Heilig Avondmaal. Het lijkt er inderdaad wel op, maar andere uitleggers zien hier meer een gewone maaltijd in, omdat er alleen over brood wordt gesproken en niet over wijn.

 

Hoe het ook zij, het is een maaltijd, waarin mensen uit Gods hand, uit de hand van Jezus, brood mogen ontvangen en het samen zijn en de gemeenschap mogen ervaren. Ook daarin mogen we iets zien van Gods aanwezigheid in ons leven. Wij mogen vele dingen uit Gods hand ontvangen zoals ons dagelijks brood. En alles wat we ontvangen, mogen we verder delen aan mensen om ons heen. Mensen ver weg in andere landen die leven in armoede en soms dreigen te sterven door de honger, en ook mensen dichtbij die het niet zo breed hebben.  Ook in het omzien naar elkaar, aandacht hebben voor elkaar en zorgen voor elkaar, mogen mensen iets ervaren van Gods aanwezigheid.

Het verhaal van de Emmaüsgangers, het vertelt ons, dat zoals Jezus bij de beide mannen kwam en met hen meeging, maar ook zo weer verdween dat ook God in ons leven bij ons komt, ons troost en kracht en moed geeft, met ons meegaat. In de lezing van de Bijbel, in de tekenen van brood en wijn, in de aandacht en zorg van een ander mens, soms diep in ons hart, op een bijzondere mystieke manier. God is er en gaat met ons meer, maar altijd anders dan wij denken, soms onverwachts, niet op te roepen of vast te houden, soms ervaren en voelen we God heel sterk, maar  een andere keer weer minder of niet. Maar toch, Hij is er en Hij gaat met ons mee.

‘Wie is Hij toch?’

2019 Maart Ds. R. Bos

Op een dag gaat Jezus met zijn leerlingen met een boot over het meer. Tijdens de overtocht barst een storm los. De boot maakt water en de leerlingen aan boord raken in nood. Dan spreekt Jezus de wind en het woeste water bestraffend toe. De wind gaat liggen, de golven bedaren. Met schrik en verbazing vragen de leerlingen: ‘Wie is Hij toch?’ (Marcus 4:41 in de Nieuwe Bijbelvertaling). De Bijbel in Gewone taal vertaalt daar: ‘Wie is deze man?’.

De eerste antwoorden op die vraag krijgen we van apostelen en evangelisten. Zo zijn (onder andere) de volgende antwoorden te lezen in het Nieuwe Testament: zoon van David, zoon van God, zoon van Jozef, licht der wereld, goede herder en brood des levens.

 

Na het afsluiten van het Nieuwe Testament zijn volgelingen van Jezus antwoorden blijven zoeken op de vraag ‘Wie is Hij toch?’ Door de eeuwen heen is de vraag ‘Wie is Hij toch?’ namelijk nooit tot rust gekomen. Keer op keer is het deze vraag die mensen heeft aangezet om gedichten te schrijven, schilderijen te maken, muziek te componeren of boeken te schrijven.

 

Keer op keer blijkt echter ook dat de vraag nooit definitief is te beantwoorden. Keer op keer ‘zien’ volgelingen van Jezus namelijk wel wat nieuws of anders in de Heer. En keer op keer blijkt Jezus zelf ook steeds weer anders te zijn dan we denken of hebben gedacht. Want net als je denkt ‘Nu begrijp ik het (een beetje)’ of ‘Nu begrijp ik Hem (een beetje)’ - dan lees je iets van of over Hem waardoor je weer van voren af aan moet beginnen. Zo blijven we bijvoorbeeld steeds oplopen tegen de manier waarop Jezus optreedt tegen een buitenlandse moeder die Hem smeekt om haar zieke dochter te genezen. ‘Het heil is niet voor de honden’, is de repliek van de goede Herder (Mattheüs 15:26). Die reactie past in geen enkel schema.

Van Jezus is dan ook geen gefatsoeneerde burger te maken. Hij houdt feestmaaltijden met landverraders en prostituées. Hij begeeft zich voortdurend onder de volksmassa, mensen die de wet niet kennen en zich ook niet aan de wet storen. Jezus zal niet altijd makkelijk geweest zijn voor de mensen van zijn tijd. Hij was een steen des aanstoots. En dat is Hij tot op de dag van vandaag.

En zo blijft in elke generatie voor iedere gelovige de vraag klinken: ‘Wie is deze man?’.

 

Daar komt bij dat als wij vragen wie Hij toch is, Jezus de vraag meteen omdraait: ‘Wie zeggen jullie dat Ik ben?’ (Lucas 9:20). Door die omkering van de vraag haalt Jezus ons uit de positie van de afstandelijke toeschouwer. Je kunt namelijk geen abstracte of onpersoonlijke verhandeling houden over Jezus. Het gaat steeds om onze eigen persoonlijke betrokkenheid, ons eigen geraakt zijn, ons eigen antwoord op deze vraag.

De belijdenis aangaande Jezus als Heer kan nooit een opgezegd lesje zijn, laat staan een lesje om er een ander de les mee te lezen. In het voetspoor van Jezus kom je vroeg of laat bij Golgotha terecht. En rond het kruis van Christus kunnen mensen elkaar geen kruis opleggen maar slechts elkaars kruis dragen.

 

We zijn in de kerk weer 40 dagen op weg om nieuwe, oude, vernieuwde maar vooral vernieuwende antwoorden te zoeken op deze twee vragen: ‘Wie is Hij toch?’ en ‘Wie zeggen jullie dat Ik ben?’

 

Formuleer op weg naar Pasen zelf eens antwoorden op deze twee vragen.

Een nieuwe start

2019 September Mevr. E. Meter

Na de vakantie de draad weer oppakken. Op het werk, op school en in de kerk; velen van ons doen dat deze weken.


Een nieuwe start maken is niet hetzelfde als beginnen met iets nieuws. Je borduurt verder op wat er al is, wat er is geweest. Aan een nieuwe start begin je niet helemaal blanco.  

Om een nieuwe start echt te maken of te vervolgen wat een tijdje stil heeft gestaan, is een frisse blik nodig, bereidheid om het nieuwe een kans te geven, je daarvoor in te zetten en de wil hebben dat het slaagt.

Als je bewust zo’n moment neemt en die stap maakt, begin je er anders aan. Het vergroot de kans op succes en het geeft energie.

Even pas op de plaats maken. Even stilstaan voordat je het vrachtje oppakt en het pakketje goed bekijken. Zit er mogelijk nog ballast bij die je achter kunt of wilt laten? Ballast achterlaten geeft ruimte en maakt de taak lichter.

Maar ook: wat was en is van waarde dat mee mag en verdient het te groeien of te ontwikkelen?

Het is verfrissend om van tijd tot tijd in je leven zo’n moment te nemen, even stil te staan. Jezelf afvragen hoe je gekomen bent waar je nu bent, wat niet meer dienend is en wat je beter achter kunt laten en je bewust maken van wat je mee wilt nemen, wat er werkelijk toe doet en van waarde is.  Dat is brandstof.

Zo’n stil moment zou je ook elke dag even kunnen nemen; je  wordt er schoon van vanbinnen.

En als je dan zo’n bewuste afweging hebt gemaakt, als het tijd is; de eerste stap zetten en op weg gaan in het vertrouwen dat er op de weg die je inslaat richtingaanwijzers zullen zijn om je route te vervolgen naar het doel dat je voor ogen staat of tot de volgende stop.

Ik wens ons allemaal een frisse blik, goede moed en vertrouwen dat het goede gezegend zal worden.

Liturgie: rituelen

2019 Juli Mevr. L. Veen

Wat is eigenlijk de betekenis van liturgie? Eigenlijk gaat het om de ‘regeltjes’ waaraan een eredienst in de kerk moet voldoen. Het woord leitourgia  is afkomstig uit het Oudgrieks en betekent  dienst van het volk. In de Griekse stadstaten werd dit woord gebruikt voor een publiek doel dat een rijke burger uit eigen middelen financierde, of vrijwillig, of door de wet daartoe verplicht. Voorbeelden zijn:  bekostiging van zangers bij een opvoering of het uitrusten van een oorlogsschip. In de stadstaat Athene wees de stadsraad liturgieën toe aan rijken.

In de kerk is het gebruik ontstaan doordat dit gebruik vaak genoemd werd in de Griekse vertaling van het Nieuwe Testament, bijv in  Handelingen 13:2 vaak vertaald als werk of taak. Het verwijst hier naar een openbare en duidelijk omschreven ceremonie. Later wordt het woord gebruikt om de vieringen van sacramenten aan te geven in de religieuze bijeenkomsten van christenen. Deze vieringen worden voorgegaan door een priester of voorganger en zijn helpers. Liturgie is het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremoniën en handelingen die een eredienst uitmaken. Binnen de christelijke geloofsgemeenschap behoren vanouds sacramenten (bijv doop, het avondmaal, preek) gebeden en liederen, schriftlezing en prediking tot de samenstellende elementen van de liturgie.

De liturgie geeft mij een structuur aan, een vorm van dienst die bekend is, waar ik mij veilig bij voel. Het is de vorm die onze voorouders  gevolgd hebben, het is bekend, het is het raamwerk waarmee wij vertrouwd zijn. Het is een reden om daarvoor naar de kerk te gaan. Je weet waar je aan toe bent en staat niet voor verrassingen. Tegelijkertijd staat ook de liturgie aan veranderingen bloot. Dit komt mede door de oecumene, het samen optrekken met diverse geloofsgenootschappen. 

Het zijn de rituelen die belangrijk zijn, die een eredienst tot een eredienst maken. Maar hebben wij  ook die rituelen in ons dagelijks leven? Ja, lezen in de bijbel, op vaste tijden bidden. Afgezien van de rituelen die met de kerk te maken hebben, hangen wij van rituelen aan elkaar. Opstaan, ontbijt, naar school of naar je werk, broodmaaltijd, werk, avondeten, tv kijken, naar bed gaan… Omdat ik nu al zo’n 23 jaar in de Commissie van Vorming en Toerusting zit, bestaat mijn leven elke dag wel uit spirituele momenten. Een avond die ik zelf geef over bijv. Genade, kan mij elke dag wel inspireren als ik iets moois ontdek dat ik kan gebruiken, mooie muziek, een gevoelig gedicht, een prachtig beeld, ga maar door, een keten van momenten waarop ik God mag ervaren. Een column schrijven, daarover nadenken wat het onderwerp mij zegt en daar een diepere betekenis aan geven, dat kan mij blij maken, blij maken om te leven, om ja te zeggen tegen het diepere in onszelf. Als ik mij bedenk dat mijn ouders mij diverse dingen meegaven in mijn leven waardoor ik als mens groei, rituelen en gebruiken van vroeger. Ik kook bijvoorbeeld precies zoals mijn moeder kookte, stond daarbij als klein kind. Het zit in mijn hoofd. Bij het Indische eten zei ze altijd:  ‘niet te lang roeren, dan wordt het een brei!’ Ik hoor het haar zeggen als ik bami maak…. Het maakt de bami extra lekker met haar woorden in mijn hoofd. Natuurlijk zijn er de gewone banale rituelen, o.a. tanden poetsen, maar die zijn stuk voor stuk ook belangrijk.  Iedere morgen als ik de dag geboren hoor worden, de aangroeiende geluiden vanuit de stilte, de eerste vogels, het is alsof ikzelf geboren word. Deze rituelen en nog veel meer maken mij tot de mens die ik geworden ben, die rituelen nodig heeft om als mens te groeien in liefde tot het goddelijke in ons, een mens die leeft om te dienen ter meerdere glorie van God.

Universele taal

2019 Juni Mevr. E. Meter

Hoe was dat mogelijk?

Iedereen in zijn eigen taal sprekend en elkaar toch kunnen verstaan.

Het Pinksterverhaal in de Bijbel kon mij als kind bezighouden.  Want in ons eigen land hadden Limburgers en Friezen al zowat een tolk nodig of nog dichter bij huis, het dialect van een paar dorpen verderop leverde al vraagtekens op.

En dan de hele wereld..?!

 

Toch bestaat zo’n taal. En we begrijpen hem allemaal, we kennen die taal allemaal.

Een taal waarmee je zegt: “dankjewel” en “alsjeblieft”.

Of “goed gedaan”.

Of “ik zie jou”.

Of “ik leef met je mee”.

Of “mooi hé?”

Of “het komt wel goed”.

Of “sorry…”

 

Die taal is de glimlach.

Waar woorden tekort schieten of teveel zijn, is een oprechte glimlach altijd goed.

Een glimlach raakt vrijwel altijd de goede snaar.

Een glimlach opent deuren en effent paden.

Niemand is zo arm dat hij er geen geven kan en niemand is zo rijk dat hij er geen nodig heeft.

Een echte glimlach wordt bijna altijd beantwoord, vanmiddag nog weer eens bewust getest. Het is leuk om te zien wat er gebeurt als je een glimlach geeft. Bijna iedereen lacht terug, op een enkeling na die om zich heen kijkt (“bedoelt ze mij?”)  of bij wie de wenkbrauwen omhoog gaan (“moet ik jou ergens van kennen?”)

Ik werd er vrolijk van.

Jouw glimlach kan de dag van een ander veranderen en echt, jouw dag wordt er leuker door.

Een glimlach: universele taal!

Twijfelende gelovige

2019 Mei Mevr. M. Michielsen

Jonas leest het prentenboek ‘Heksje Mimi is niet bang’.

Jonas: ,,Is dat een hand onder aan die bezem?’’

Ik: ,,Nee Jonas, dat zijn takken. Vroeger maakten ze bezems van takken.’’

Even stil.

Jonas: ,,Mama, hoe kan het dat heksen kunnen vliegen op een bezem?’’

Ik: ,,Heksen kunnen niet vliegen op een bezem, want heksen bestaan niet. Dat is allemaal verzonnen.’’ En terwijl ik dat zeg, overvalt de gedachte mij: Jezus kan niet opstaan uit de dood, want Jezus bestaat niet.

 

Maakt u zich geen zorgen, ik zit niet in een geloofscrisis, maar ik vroeg me wel af waarom mijn antwoord op de vraag ‘Hoe kan Jezus opstaan uit de dood?’ anders is dan het antwoord op de vraag ‘Hoe kunnen heksen vliegen op een bezem?’ Waarom zeg ik niet: ,,Jezus kan niet opstaan uit de dood. Dat is allemaal verzonnen.’’ Bewijzen heb ik immers niet en laten we eerlijk zijn, het klinkt behoorlijk sprookjesachtig.

Blijkbaar is er iets in het evangelie, in mijn christelijke opvoeding dat zich in mij heeft geworteld. Een vermoeden, een hoop, bij vlagen een vertrouwen, dat het waar is: dat God bestaat en dat het goed komt met de wereld, met de mens. Het liefst wil ik dat nu ook nog aan mijn kinderen meegeven. Knap lastig als je er zelf al nauwelijks woorden voor kunt vinden en het in je eigen hoofd soms behoorlijk onzinnig klinkt. Hoewel…

Laatst haalde ik met twee vriendinnen van de lagere school herinneringen op. We kwamen al pratend  over geloven. Een van hen merkte op: ,,Ja, maar jij bent echt een twijfelende gelovige.’’ De ander knikte instemmend.

Die opmerking bleef nog een tijdje nagalmen in mijn hoofd en ik dacht: Ja, ho eens even. Dat ik het soms behoorlijk irrationeel vind klinken, wil toch niet zeggen dat ik een twijfelende gelovige ben? Ergens voelde ik me beledigd.

Maar waarom raakte die opmerking mij zo? Ze hadden toch gelijk? Ik spreek me immers nooit zeker uit over mijn geloof. Ik zwak het eerder af, zet er liever vraagtekens bij, dan dat ik laat blijken wat geloven voor mij betekent. Waarom heb ik dan zo’n moeite met de term ‘twijfelende gelovige’? Waar zit hem dat in? En dus vroeg ik mij af: is het mogelijk om mijzelf wél een gelovige te voelen, terwijl ik het bestaan van God soms betwijfel? Daar ging ik eens over nadenken…

Soms vertrouw ik op een God die groter is dan ik kan bevatten. Die aan het begin staat van deze aarde. In Jezus die ons laat zien wat het betekent om kind van God te zijn. In de goedheid die in ieder mens zit en die we bij elkaar kunnen versterken, door elkaar dezelfde kansen te geven, elkaar liefde te geven. Ik vertrouw dan op de geest die als kracht van God in mij en in andere mensen werkt.

Soms is geloven in God voor mij echter geen zekerheid en vraag ik me zelfs af of we onszelf niet voor de gek houden. Mijn geloof uit zich dan vooral in de manier waarop ik in het leven sta. Ik heb er namelijk voor gekozen om mijn manier van leven te baseren op wat ik leer vanuit de christelijke traditie, de verhalen uit de Bijbel en de persoon Jezus. Op wat ik ervaar aan liefde en goedheid  in contact met mensen.  Op wat ik ervaar aan innerlijke kracht als ik mijn geweten laat spreken en daar naar handel.

En ja, blijkbaar is het laveren tussen die twee manieren van geloven, die soms ver uit elkaar liggen en elkaar soms overlappen, voor mij voldoende om me in elk geval een gelovige te voelen.

Maar hoe zorg ik er nu voor dat andere mensen in mijn omgeving en mijn kinderen ook iets zien van dat geloof? Ze niet aan mij denken als een gelovige die overal haar twijfels bij heeft, maar als een gelovige die ondanks haar vragen laat zien hoe krachtig en waardevol het voor haar is. Daar ben ik de laatste tijd nadrukkelijker naar op zoek. Ik zoek woorden om me uit te spreken over dat geloof. Ik zoek naar mensen binnen en buiten onze gemeente die ook bezig zijn met de vraag wat belangrijk is in het leven en waar kerk-zijn om draait. En ik wil meer doen! Want ik kan de prachtigste woorden vinden, maar geloofwaardig word ik pas als ik mijn geloof ook naleef.

Opstaan

2019 April Dhr. J. Plomp

De dood maakt opstandig. Wie leeft, weet dat hij met hem te maken krijgt: ooit ontmoet je de dood. Hij komt en hij kent vele variaties. Soms wordt er naar hem uitgezien en lijkt hij te treuzelen, soms is hij er plotseling, onverwacht. Soms is er ziekte en soms is er een ander die doodslaat, soms is er verkeer en soms is er een natuurramp. De dood is het onherroepelijke einde.

Opstandig worden zij die van de dood horen. Een arts die je meedeelt dat er niets meer voor je te doen is, een kinderarts die uitlegt dat de levenskansen van het nieuwe leven vrijwel nihil zijn, een agent aan de deur die van een zwaargewonde spreekt, bij wie de overlevingskansen minimaal zijn of erger, iemand die met de dieptreurige boodschap komt dat je man in een tram is doodgeschoten.

Ontkenning (“dit kan niet waar zijn, zeg me dat het niet waar is”) en boosheid strijden om voorrang. Waarom treft dit mij? Het maakt de omgeving machteloos, want het is wel waar. Het treft jou en uiteindelijk treft het iedereen. Maar de geest wil er nog niet aan. Het duurt lang voor je weet te leven met gemis. We rouwen. Waar  samen alleen is geworden, is de glans verdwenen. De wereld ziet er anders uit. Je neemt het haar zelfs kwalijk dat zij doodgewoon verder draait, dat het leven gewoon doorgaat. De dood maakt opstandig. Je legt je er niet zomaar bij neer.

Het is opmerkelijk hoe de natuur sporen uitwist. In de Eerste Wereldoorlog veranderden de velden in Vlaanderen in dodenakkers. De grond lag er omgewoeld bij. Een jaar later bloeiden er uitbundig duizenden klaprozen. De wereld draaide door, het leven ging verder. De doden keerden niet terug, maar het leven won.

Het duurt lang, maar iemand die leeft met gemis ontdekt op een bepaald moment de gouden dagenraad, hoort vogels fluiten, ziet de knoppen aan bomen en struiken openbarsten, ziet de dode natuur tot leven komen, vindt troost bij anderen, ondervindt warmte, ziet een glimlach en weet, aarzelend, zelf een glimlach op zijn gezicht te toveren. Niet jouw leven wint, maar het leven wint. Je legt je er niet bij neer, maar je staat op.

Pasen is niet leven met gemis, maar leven omdat Hij er is. Hoog tijd om op te staan.