In het Voorhuys waren er op 23 en 30 oktober twee avonden waar archeologie en theologie elkaar aanvulden. Ds Gugler besteedde de eerste avond aan koning Achab en de tweede aan Jehu. Hij ging in op het beeld dat wij vaak van Achab hebben: de man die onder de duim zat van zijn Fenicische vrouw Izebel. Dit beeld klopt niet helemaal. Achab was een goed militair die om het tienstammenrijk Israël veiligheid te bieden een politiek huwelijk was aangegaan. Door een bondgenootschap met Fenicië aan te gaan werd Aram (Syrië) op afstand gehouden. Met Izebel kwam een speciale variant van de Baälcultus mee (die altijd al sluimerend in Israël aanwezig was). In het gevolg van Izebel kwam ook een ‘leger’ priesters (eigenlijk ambtenaren) mee dat lezen en schrijven kon en zo flink aan politiek deed; een vorm van bezetting dus. Politiek was voor Achab belangrijker dan vertrouwen op de Heer. Achabs ‘politiek’ bereikte zijn dieptepunt met de zaak Naboth.

Bij zijn streven stuitte Achop op Elia. Het vervolg is bekend: de droogte, de hongersnood, het offer op de Carmel en het doden van de priesters van Baäl, waarop de woede van Izebel volgt en Elia naar het zuiden vlucht enz. Elia voorzegt het einde van het huis van Achab. Achab zelf sterft op het slagveld en Joram wordt koning met Izebel nog steeds op de achtergrond sterk aanwezig.  Dan komt Jehu, een sterk generaal in het leger. Hij wordt tot koning gezalfd en gaat de profetieën van Elia en Elisa uitvoeren en gaat daarbij bloedig te werk (te lezen het boek 2 Koningen 9 & 10).  Jehu veroorzaakt een ‘revolutie’ in Israël en roeit het huis van Achab, Baälpriesters en zelfs Judese prinsen uit. Opmerkelijk is zijn zelfverzekerdheid (eigengereidheid zelfs). Met militaire en menselijke sluwheid treedt hij op. Net als een Simson speelt hij een rol in profetieën maar of God het op deze manier wilde is nog maar de vraag. Er staat nogal wat tussen de regels. Opmerkelijk is ook dat de bijbel over Jehu als koning van Israël naderhand weinig verhaalt. Ds Gugler ging in op archeologische vondsten die naar Izebel en Jehu verwezen.  Voor de aanwezigen waren de avonden op deze manier een aanschouwelijke vorm van Bijbelstudie.

Alfred Valstar